Vrouwenhandel: de ervaringen van de slachtoffers

Inklappen
X
  • Filter
  • Tijd
  • Toon
Clear All
nieuwe berichten

  • Vrouwenhandel: de ervaringen van de slachtoffers

    Dit topic met de persoonlijke belevenissen van slachtoffers van de vrouwenhandel is opgeschoond (ca 125 discussie-postings zijn verwijderd).
    Dit om het nog enigzins leesbaar te houden
    Tevens zijn de postings die over de vrouwenhandel zelf gaan verplaatst naar het topic vrouwenhandel.

    Groet, LP


    Vrouwenhandel / Retourtje Kiev-Amsterdam
    door Ruth Hopkins
    2002-09-23

    Uit een rapport van de Dienst Nationale Recherche bleek vorige maand dat een kwart van de in Nederland werkende prostituees slachtoffer is van mensenhandel. De uitbreiding van de Europese Unie zou de stroom vrouwen uit het Oosten doen aanzwellen. Een reportage uit de bron: de troosteloze en arme stad Kiev in de Oekraïne, waar vrouwen als Marina zich laten verleiden om in Nederland 'rijk' te worden.



    door Ruth Hopkins

    Je doet het werk dat wij jou aanbieden. Vanaf morgen zit jij achter het raam, zei hij tegen haar. Ze wist niet wat ze hoorde, wilde het niet begrijpen. 'Hoe bedoel je achter het raam? Ik ga niet in de prostitutie werken, als je dat soms denkt', antwoordde ze. De Joegoslaaf werd kwaad. 'Je doet wat wij jou zeggen. Hoe denk je anders je schulden te kunnen afbetalen', schreeuwde hij en sloeg haar.

    De volgende dag werd Marina, een 35-jarige Oekraïense vrouw, naar de Spuistraat in Amsterdam gebracht. Ze werd gedwongen als prostituee te werken. ,,Ik moest wel, ik had geen geld en zij bedreigden me. Ik kon geen kant op.'' Een telefoontje met een vage kennis in Amsterdam -daar was het allemaal mee begonnen. ,,Olga heette ze, ik kende haar via via. Ze zei dat ik voor tweeduizend dollar per maand als boekhouder voor haar bedrijf kon werken.''

    Op 13 september 1995 arriveerde Marina op het Centraal Station in Amsterdam. Twee vrouwenhandelaren, Olga en een Joegoslavische man, wachtten haar op. Vrij snel maakten ze haar duidelijk dat er van boekhouden weinig terecht zou komen.

    De vraag rijst hoe Marina -en met haar 400000 Oekraïense vrouwen in de afgelopen 15 jaar- slachtoffer kon worden vrouwenhandel. Armoede, uitzichtloosheid en valse beloftes over West-Europa doen de vrouwenhandel bloeien. Handelaren hoeven niet eens veel moeite te doen hun diensten aan te prijzen. Wanhoop en misplaatste beeldvorming drijven de vrouwen in de armen van de criminelen.

    Wat opvalt aan het winkelcentrum in de Oekraïense hoofdstad Kiev is de reclamecampagne voor de westerse welvaart. In de etalages en op billboards staren fotomodellen gekleed in de nieuwste westerse mode je aan. Jonge Oekraïense vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met Gucci, Versace en Tommy Hilfilger, maar hebben de middelen niet om rond te komen, laat staan om de aangeprijsde luxeproducten te kopen. Een select groepje corrupte zakenlui en hun vrouwen kan dat wel. De rest kijkt verlekkerd toe.

    Op de markt in de wijk Obolon, keurt Marina het vijfde bosje wortelen op prijs en kwaliteit. Ze wandelt tussen de boerinnen met gekleurde hoofddoeken en gekloofde handen terug naar de eerste kraam. Hier liggen de goedkoopste en beste wortelen, weet zij intussen. Elke hryvna wordt drie keer omgedraaid.

    In 1995, het jaar dat Marina besloot naar Nederland te gaan, waren de economische en sociale omstandigheden nijpender dan ze nu zijn. De economie in Oekraïne verkeerde in een absoluut dieptepunt. ,,Nadat ik in 1986 mijn studie had afgerond, werkte ik als boekhouder voor de gemeente. Ik had alles wat ik maar wilde, fijne collega's, vakanties en genoeg geld.'' Het bestaansniveau in Oekraïne kelderde enorm toen de staat in 1991 onafhankelijk werd. ,,Mijn afdeling sloot en ik vond werk bij een particulier bedrijf. Maar ook dat ging niet lang goed, op een gegeven moment kreeg ik mijn salaris niet meer uitbetaald. Het leven werd hard. Er was geen suiker meer en zelfs brood was moeilijk om te krijgen. Mijn vrienden hadden ouders die op een lapje grond buiten de stad hun eigen groenten verbouwden. Maar ik had het contact met mijn ouders verbroken en ik kon op niemand terugvallen.''

    Vrienden vertelden haar van Olga, een stadsgenoot die een succesvolle zakenvrouw was geworden in Nederland. ,,Er was in die tijd een golf van jonge mensen die naar het buitenland vertrokken om werk te vinden, bijvoorbeeld om fruit te plukken in Griekenland. Het aanbod van Olga kwam als een geschenk uit de hemel: een goede deal. Ik wilde geld verdienen om een eigen zaak te beginnen. Werken in het buitenland was de enige manier waarop ik een startkapitaal kon verwerven.''

    Zes jaar later keerde Marina gedesillusioneerd en zonder startkapitaal terug naar het land waarvan ze de armoede ontvluchtte. In haar afwezigheid is er weinig veranderd. Ze is terug bij af: geen baan en het leven is hard. Toch heeft ze mazzel gehad. Van veel vrouwen die worden verhandeld, wordt nooit meer iets vernomen. Uit dorpjes in het westen en oosten van Oekraïne verdwijnen moeders en dochters, de weeshuizen zitten vol met kinderen van vermiste of vermoorde vrouwen.

    Als Marina de deur van haar flat opendoet, heeft ze rooddoorlopen ogen en een strakke kaaklijn. Haar bewegingen zijn schichtig. ,,Ik word gek, ik kan niet slapen van het lawaai, vanochtend begonnen ze al om zes uur met boren. Ik word agressief en heel nerveus als ik niet kan slapen door lawaai. Het brengt herinneringen naar boven'', zegt ze. In het appartement in Amsterdam-zuid waar ze Marina naartoe brachten, werd haar ook weinig nachtrust gegund. Ze moest achter het raam werken tot zes uur in de ochtend. De Joegoslaaf haalde haar op en bracht haar naar de woning. ,,De telefoon ging onophoudelijk, de televisie stond de hele dag aan, mensen kwamen langs en schreeuwden tegen elkaar. Ik sliep misschien vier uur per nacht. Het brak me op.''

    Ze begon met haar werk om acht uur 's avonds en kreeg, tot het ochtendgloren, ongeveer tien mannen op bezoek. De gemiddelde 300 euro die ze verdiende, moest ze aan de Joegoslaaf afdragen. ,,Ik smeekte de Joegoslaaf: 'Laat mij alsjeblieft gaan, ik wil niet meer'. Maar hij werd hysterisch en sloeg het appartement kort en klein. Het werk vond ik afschuwelijk. Al die mannen die maar langs bleven komen. Ik wilde niks meer voelen, voelde me vies.''
    Laatst gewijzigd door Low Profile; 27-10-08, 16:20. Reden: opmaak posting

  • #2
    Die klanten waren de enige mensen waar ze contact mee had. ,,Ik kwam niet op straat, werd opgesloten in het appartement. Ik moest uit de buurt van de politie blijven, zeiden ze. Ze zijn corrupt, ze zullen je opsluiten.'' Na een maand leek er een einde te komen aan haar misère. Een van haar klanten diende zich aan als reddende engel. ,,Ben, een dove man, vertelde mij dat hij verliefd op me was. Hij schreef op een briefje dat ik bij hem moest komen wonen in Purmerend. Ik voelde niks voor hem, maar zijn aanbod was een uitweg uit de ellende. Hij zou mij niet misbruiken, dacht ik.''

    ,,De nacht voordat ik naar de dove man zou gaan, kwamen drie Joegoslaven en Olga me ophalen van mijn werk. 'Stap in de auto', commandeerden ze. 'We moeten weg uit Amsterdam.' Toen ik wilde weten waarom zeiden ze dat er was ingebroken in het appartement, het was te gevaarlijk. Maar later, in de auto, zeiden ze dat ze wisten van mijn vluchtplannen. Ze hadden het briefje gevonden. We reden zwijgend tot de Duitse grens. Vlak over de grens stapten twee van de mannen en Olga bij een pompstation uit en ik bleef alleen achter met de Joegoslaaf. Ik werd hysterisch, begon te huilen en schreeuwen. Ik dacht dat hij me zou afmaken. De Joegoslaaf werd steeds zenuwachtiger.''

    Om drie uur 's nachts, in de buurt van Düsseldorf, werd Marina uit de auto gegooid. ,,Het was november en ijskoud, ik had geen cent bij me. Er zat niks anders op dan terug te liften naar Nederland. De dove man was mijn enige hoop.'' Uitgeput en angstig arriveerde ze in Purmerend, in de hoop daar eindelijk rust te vinden. Maar Ben liet weinig heel van haar verwachtingen: ,,Jij moet voor mij achter het raam werken. In Nederland is niks gratis'', vertelde hij haar. ,,Toen hij dat zei, stond mijn wereld- en mensbeeld op zijn kop. Ik had alles verloren: mijn vrijheid, mijn seksualiteit, mijn toekomst, mijn geestelijke gezondheid. Met die woorden van Ben verloor ik het laatste sprankje hoop dat ik nog had: het vertrouwen in mensen. Ik rende zijn huis uit en ging terug naar Amsterdam. Opgejaagd wild, dat was ik.''

    Ze klopte aan bij politiebureau Warmoesstraat en deed, op aanraden van de politie, aangifte tegen de mensen die haar hadden uitgebuit. ,,Ik heb ze het woonadres, het kenteken en het werkadres van Olga gegeven, alles. Omdat ik bang was voor represailles van de Joegoslaaf zei ik dat ik wist dat ik in de prostitutie zou komen te werken.'' De politie reageerde laconiek op haar aangifte, en liet haar gaan. ,,Het was alsof ik aangifte deed van een gestolen fiets, een saaie routinezaak.'' Volgens de Nederlandse wetgeving maakt het niks uit of een slachtoffer van vrouwenhandel in de prostitutie wilde werken of niet. Een vrouw uit dit circuit is een slachtoffer en heeft recht op bescherming.

    De politie, sleutelfiguren in de strijd tegen mensenhandel, laat nogal eens een steekje vallen in de aanpak en opsporing ervan. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel kwam er onlangs achter dat in Nederland ongeveer dertig procent van de mensenhandelzaken bij de politie 'op de plank' blijft liggen.

    In een café in de binnenstad van Kiev zitten vier serveersters aan hun lunch, er zijn verder geen klanten. Ze kijken niet op als wij binnenkomen. Met volle mond zegt een van hen: 'De menu's liggen op de bar, pak ze zelf even'. Marina glimlacht. ,,Zo zijn wij, dit is onze mentaliteit, wij zijn simpel en direct. Je zal ons niet betrappen op valse emoties.'' In Nederland was dat anders, zegt ze. Na haar aangifte regelde Marina een kamer en een uitkering. Niemand wees haar op haar rechten als slachtoffer van mensenhandel. Zij viel hierdoor tussen wal en schip en kreeg geen opvang of hulpverlening. Haar uitkering en medische verzekering werden om de zoveel tijd stopgezet. Overleven werd een gevecht tegen de bureaucratie. ,,De medewerkers van instanties zitten vriendelijk lachend achter hun balie. Maar ondertussen zijn ze totaal niet geïnteresseerd. Toen mijn uitkering en verzekering werden stopgezet, belde ik en ik schreef, maar niemand kon of wilde me vertellen wat er aan de hand was.''

    Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde ze in Nederland een bestaan op te bouwen. Ze kreeg een vriend en woonde met hem samen. ,,Ik wilde de mensen en de maatschappij leren kennen, de taal spreken. Ik wilde onderdeel zijn van de samenleving. Maar dat kon niet. Ik mocht niet werken, ik kon niet verhuizen, want dan kreeg ik geen uitkering meer. Ik mocht geen toekomst opbouwen. Ik had geen rechten.'' Op den duur strandde de relatie en Marina zat weer in de put.

    ,,Een arts bij de Witte Jas, een gezondheidsorganisatie voor illegalen, was de eerste persoon in Nederland die informeerde naar de oorzaak van mijn slapeloosheid. Hij vroeg me wat ik vond van het land en de mensen. Dit keer keek niemand vriendelijk lachend op zijn horloge terwijl ik vertelde. Hij zag aan mijn gezicht dat het niet goed ging en was oprecht geïnteresseerd. God of het lot is me gunstig gestemd geweest door mij met deze man in contact te brengen. Het had niet veel gescheeld, of ik was doorgedraaid.''

    Toen de rechter een half jaar geleden bepaalde dat Marina niet meer in Nederland mocht blijven, kwam die beslissing evenwel als een opluchting. ,,Ik had mijn dromen en plannen niet kunnen verwezenlijken, maar de onzekerheid over mijn verblijf was afgelopen. Zes jaar heb ik gewacht op een antwoord in mijn zaak. Nu wist ik waar ik aan toe was.'' De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vloog Marina terug naar haar vaderland. Met financiële hulp van haar nieuwe vriend probeert ze weer een bestaan op te bouwen.

    Hoewel zij elke dag op zoek is naar een baan, is het haar nog niet gelukt aan het werk te komen. De voedingsbodem voor vrouwenhandel blijft bestaan. ,,Je kunt er nóg zoveel dure voorlichtingscampagnes tegenaan gooien, zolang vrouwen geen inkomen hebben, zal vrouwenhandel blijven bestaan'', zegt Oksana Horbunova, coördinator van het project tegen vrouwenhandel van de IOM in Kiev. Marina is het hier niet helemaal mee eens. ,,Als ik had geweten wat mij te wachten stond, als ik was voorgelicht, was ik niet gegaan.''

    Ze toont een foto van een vrouw die glimlachend poseert op een brug. Ze heeft een jas met een bontkraag en een strakke felroze broek aan. Het geblondeerde haar is getoupeerd, lagen make-up bedekken haar gezicht. Ze zou zo uit de Kievse metro geplukt kunnen zijn. In het spitsuur reizen de werkende vrouwen naar hun werk, hooggehakt, in strakke korte minirokjes, overdadig veel make-up en blonde krullen. ,,Kijk, zo zag ik er vroeger uit'', zegt Marina. ,,Een echte Russische vrouw.'' Haar zesjarig verblijf in Nederland heeft haar uiterlijke verschijning versoberd. Haar haar heeft ze achterover gekamd in een staart en ze draagt nauwelijks make-up of strakke kleren. De uiterlijke metamorfose ging gelijk op met het verlies van haar naïviteit, zegt ze.

    ,,Ik was te goedgelovig. Wij werden in de Sovjettijd opgevoed met de goede waarden in het leven, we moesten goede buren en vrienden zijn voor elkaar. De wereld werd bevolkt door vrienden. Kinderen kregen les in dansen, muziek, literatuur, zij leerden dat het leven mooi was. Iedereen had een baan en een huis. Men geloofde in de toekomst. Toen ik financiële problemen kreeg, had ik nog steeds een rooskleurig wereldbeeld. Nu ken ik de trieste waarheid: niemand is te vertrouwen.''

    Commentaar


    • #3
      Hoe vrouwenhandel een leven verwoestte
      KARIN SITALSING
      Leeuwarden – Irena’s leven is kapot. Jaren van stelselmatige mishandeling, verkrachting en constante controle hebben haar gebroken. Op vijftienjarige leeftijd werd het meisje, afkomstig uit een land in Oost-Europa, ontvoerd door vier mannen die haar sloegen, verkrachtten, de grens over smokkelden en haar dwongen in de prostitutie te werken. Vier jaar later werd ze door de Friese politie in Leeuwarden achter een raam vandaan gehaald. De agenten zagen een verdwaasd meisje, volslagen murw en onder de blauwe plekken, en vermoedden dat de inmiddels negentienjarige Irena niet uit vrije wil achter het raam was geraakt. Ze namen haar mee en heel langzaam vond Irena het vertrouwen in de politie, waardoor ze haar verhaal kon vertellen. Uiteindelijk werden vijf verdachten opgepakt.
      Mame Douma van de politie Fryslân vertelde het verhaal van ‘Irena’ op het symposium Vrouwenhandel Friesland, gehouden in Leeuwarden. Volgens hem worden de vrouwen, soms zeer jonge meisjes, volkomen weerloos gemaakt. Lichamelijk, maar ook emotioneel. Irena moest een brief schrijven naar haar ouders, waarin ze vertelde dat ze van huis was weggelopen en nooit meer zou terugkeren. De mannen namen haar paspoort in.
      Het verhaal van Irena illustreert de mobiliteit binnen de vrouwenhandel. Pooiers reizen van land naar land, van plaats naar plaats. Vaak maken ze deel uit van enorme netwerken.
      Ook Irena maakt vele omzwervingen voor ze in Leeuwarden belandt. In eerste instantie wordt ze naar Italië gebracht, waar ze gedwongen wordt minstens twintig klanten per dag te ontvangen. Daarmee verdient ze dagelijks zo’n vijfhonderd euro, waar ze geen cent van terug ziet. Een klein deel gaat naar de kamerhuur en de aanschaf van goedkope kleding. De rest wordt opgestreken door de pooier. In Italië probeert Irena drie keer weg te lopen. Alle keren wordt ze bont en blauw geslagen. Eenmaal belandt ze voor zeven weken in het ziekenhuis.
      Na een jaar wordt het de pooiers te heet onder de voeten en brengen ze Irena naar Nederland. Met valse papieren werkt ze acht maanden achter de ramen in Amsterdam, opnieuw onder voortdurende controle. ,,Het meisje, inmiddels een jaar of zeventien, werd vreselijk bang gemaakt. Voor de pooiers, maar ook voor de politie. ‘Je hebt geen papieren, ze geloven je toch niet’, zeggen haar pooiers. Irena kan geen kant op. In haar eigen land en ook in Italië heeft de politie nooit iets gedaan om Irena te helpen.’’ In Nederland komt de politie wel eens langs, vertelt Douma. ,,Als ze problemen met een klant heeft, bijvoorbeeld. De agenten lossen dan het probleem op dat moment op, drinken een bakje koffie en maken een praatje, maar nooit vragen ze haar of ze wel vrijwillig in het vak zit.’’
      Na Amsterdam werkt Irena drie weken op een boot in Utrecht, waarna ze verkocht wordt aan een pooier in Arnhem, die haar meeneemt naar Deventer. Vervolgens komt ze in Den Haag terecht en daarna in Duitsland. Daar lijkt het er even op dat Irena kan losbreken. Ze moet een medische keuring ondergaan. De arts vertrouwt het niet en waarschuwt de politie. Na lang praten vertelt ze haar verhaal aan de agent en Irena komt bij de vrouwenopvang in Düsseldorff terecht. Lang duurt Irena’s veiligheid niet. Na drie dagen heeft haar pooier haar opgespoord. Irena komt terug naar Nederland en na Nijmegen en Enschede ontsnapt ze aan haar pooier en vertrekt opnieuw naar Den Haag.
      Opnieuw wordt Irena opgespoord. Een vroegere pooier neemt haar mee naar Breda en Groningen. Groningen blijkt al snel te riskant, want daar is de politiecontrole te streng. Uiteindelijk wordt Irena in Leeuwarden achter het raam gezet. ,,Dat zijn nou vier jaar uit het leven van een slachtoffer van vrouwenhandel’’, aldus Douma. ,,Toen ze uit de prostitutie kwam, was ze negentien jaar. Die vier jaren zijn verschrikkelijk geweest.’’
      Veel vrouwen lukt het niet los te breken uit het ‘wereldje’. Hoe verschrikkelijk ook, deze wereld is vaak de enige die ze kennen. Irena slaagde er wél in. Ze deed aangifte en herstelde het contact met haar ouders. Hetzelfde wordt haar leven echter nooit meer.
      Laatst gewijzigd door Low Profile; 28-10-08, 17:27. Reden: opmaak posting

      Commentaar


      • #4
        Vrouwenhandel "Ik leefde in voortdurende angst"

        Anna (32) wilde in Nederland als au-pair aan de slag. Maar op Schiphol begon een nachtmerrie die tien jaar duurde: ze kwam in de gedwongen prostitutie terecht.

        "Tien jaar geleden kwam ik naar Nederland. In Letland studeerde ik rechten, maar ik wilde een tijdje naar het buitenland. Ik ging met een officieel bureau in zee en regelde een plaats als au pair bij een Russisch gezin in
        Den Haag. Dat gezin heb ik nooit gezien. Op Schiphol werd ik opgehaald door een vrouw die meteen mijn paspoort afgepakte. Een paar dagen later werd duidelijk dat ik in een criminele organisatie terechtgekomen was en dat ik
        in de prostitutie moest werken. Natuurlijk, ik heb geprotesteerd. Tot ze me een foto van mijn zoontje Edij lieten zien. Ze zeiden dat ze hem zouden weten te vinden als ik niet deed wat van me werd verwacht."

        "Op de allereerste dag begon ik met een paar glazen alcohol op, anders was het werk niet te doen. Ik wilde niet, ik was bang en ongelooflijk gespannen. Ik hield steeds in mijn achterhoofd dat ik het voor Edij deed, voor zijn veiligheid. Door slaapgebrek en te weinig eten was ik altijd wazig. Later kwam ik erachter dat de pooiers ons ook drogeerden. We werkten twintig uur per dag en ik woog na drie maanden nog maar 43 kilo. Er waren wel eens klanten die vroegen of ik het werk wel vrijwillig deed. En of ze misschien iets voor me konden doen. Maar dat hield ik altijd af. Ik was zó bang dat zo iemand me zou verraden, dat ik mijn mond niet open durfde te doen. Iemand bellen was ook geen optie. De politie? Daar verwachtte ik
        niets van: die kwamen af en toe in de club om te vragen of de muziek wat zachter kon, en dan dronken ze iets aan de bar."

        "Als slachtoffer van vrouwenhandel kreeg ik een verblijfsstatus voor de duur van het proces, en was ik verplicht te getuigen in rechtszaken.""Die periode in de prostitutie heeft drie maanden geduurd. Hoe ik eruit gekomen ben, is nogal een ingewikkeld verhaal, maar uiteindelijk zat ik op het politiebureau en heb ik alles verteld. Ik hoopte dat ik daarna naar huis kon, naar mijn zoon, om mijn leven weer op te pakken. Maar ik was beland in de zogenaamde 'B9-regeling': als slachtoffer van vrouwenhandel kreeg ik een verblijfsstatus voor de duur van het proces, en was ik verplicht te getuigen in rechtszaken. Ook in langdurige rechtszaken rond afrekeningen die ik had gezien. Ik kreeg een uitkering, was verplicht te solliciteren, maar mocht geen werk aannemen want ik had geen werkvergunning. Totaal absurd. Ik voelde me ongelooflijk beetgenomen. Toen ik mijn verhaal deed bij de politie, had niemand me de consequenties daarvan verteld. Nu kon ik dus niet terug naar huis, mijn zoontje kon niet naar Nederland komen, en ik kreeg geen bescherming. Ik leefde in voortdurende angst.
        Het gevoel geen controle te hebben over mijn leven zat me nog het meeste dwars. Ik mocht niet werken, niet studeren, niets. Ik kon geen nieuw leven beginnen, geen eigen keuzes maken. Ik was ook ontzettend labiel, vooral de eerste jaren. Achterdochtig, ik vertrouwde niemand."

        "Er is me de afgelopen jaren ook
        iets onherstelbaars afgenomen: mijn vertrouwen in mensen.""Sinds een jaar heb ik een gewone verblijfsvergunning in Nederland. Letland hoort nu immers bij de EU en ik mag hier gewoon zijn, net als mijn zoontje, die ik een paar jaar geleden illegaal naar Nederland heb gehaald. Ik heb psychologische hulp gehad om de periode in de prostitutie te verwerken en om weer wat greep te krijgen op mijn leven. Nu voel ik me behoorlijk sterk. Ik ben strijdbaar geworden, en gemotiveerder dan ooit om er zelf wat van te maken. Maar er is me de afgelopen jaren ook
        iets onherstelbaars afgenomen: mijn vertrouwen in mensen. Ik ben gebruikt, op allerlei manieren, en dat blíjft een afschuwelijk gevoel."

        Anna Ziverte heet in werkelijkheid anders.


        Anna Ziverte schreef onder die schuilnaam een boek over haar ervaringen, dat eind maart verschijnt bij uitgeverij Saffraan. Het heet Valse Belofte en kost € 17,50.


        Maart 2005 BRON


        Atalantas.org, de organisatie van slachtoffers van vrouwenhandel die Anna heeft opgericht.
        Laatst gewijzigd door Low Profile; 28-10-08, 17:27. Reden: opmaak posting

        Commentaar


        • #5
          'Mijn neef bracht me hier, mijn man werd mijn klant'

          door Galiëne Gerritsen

          Slachtoffers van mensenhandel worden in een week tijd klaargestoomd voor de prostitutie. Tien uur per dag minstens vijftien mannen over je heen, dat doet je eigenwaarde dalen tot diep onder het nulpunt, zegt een slachtoffer. Afgelopen dinsdag kwamen ruim zestig vrouwen bij elkaar op een festival over gedwongen prostitutie, om woede en frustratie te delen.


          Anita (25) komt uit Litouwen, uit een dorpje waar ze haar vrienden dagelijks op straat ontmoette. Een van de jongens bood haar een baantje aan: au pair in een Nederlands gezin. Geweldig, dacht Anita, de wereld lag voor haar open. Eenmaal in Limburg wachtte haar een verrassing: het gezin bestond niet, het huis waar ze terecht kwam, kende alleen gesloten deuren. Op bed lagen sigaretten en sexy lingerie.

          Anita werkte een aantal jaren achter elkaar in clubs toen de politie een inval deed. ,,Mijn hart stond stil, ik wist niet of ik blij of bang moest zijn. Agenten zijn machthebbers, maar ze kwamen me ook bevrijden.'' Haar handelaar kwam achter de tralies, maar niet lang daarna liep Anita in de armen van een loverboy. ,,Ik dacht dat ik door met hem samen te wonen mijn leven weer kon oppakken, maar dat liep anders. Ik werd gewoon doorverkocht.''

          Sinds een paar jaar is ze ,,vrij van alles, maar ik durf niet te zeggen dat mijn leven weer op de rit staat. Wie zijn mijn vrienden, wie ben ik? Alles is een gapend gat.''

          Snufje

          Vorig jaar registreerde de Stichting tegen Vrouwenhandel een recordaantal meldingen van slachtoffers van vrouwenhandel: 405 personen werden officieel geregistreerd door politie of andere organisaties. Het jaar daarvoor waren dat er nog 257. Meer tijd en aandacht voor het onderwerp bracht meer slachtoffers aan het licht. Het cijfer is slechts een snufje van de werkelijkheid, vermoedt Pinky Ntoane, helpdeskmedewerker bij de stichting. Aan een schatting over werkelijke aantallen waagt ze zich niet, ,,een paar jaar geleden dacht de politie aan drieduizend vrouwen per jaar''. Van de 405 vrouwen waren 51 slachtoffer van loverboys. In een nieuw wetsartikel valt die vorm van uitbuiting ook onder de noemer mensenhandel. Dat zet de Nederlandse nationaliteit op nummer één van vrouwen die misbruikt worden. Bulgarije, Roemenië, Nigeria en Rusland volgen in de topvijf. De verhalen op het festival over loverboys in Nederland bevestigen wat mensen vrezen: in principe kan iedereen ermee in aanraking komen. Bijvoorbeeld doordat loverboys infiltreren in jongerengroepen.

          Macaroni

          Je wordt met mooie verhalen naar Nederland gehaald, vertellen twee deelnemers van het festival over gedwongen prostitutie, die alleen volledig anoniem iets over hun verleden durven zeggen. Au pair is een veelgebruikt lokkertje, of een baantje in de horeca. Sommige vrouwen weten dat ze de prostitutie in gaan. Op hun 'contract' staat dat ze vijftig procent van het verdiende loon mogen houden, in de praktijk gebeurt dat niet.

          De eerste week in Nederland is de meest afschuwelijke. ,,Mijn neef bracht me hier, mijn man werd mijn klant. Ik werd opgesloten in een kamer en verwend met mooie setjes lingerie, drank en sigaretten. Ik geloof dat ik de eerste 24 uur alleen maar mannen heb gezien. Na een paar dagen voelde ik helemaal niks meer, ook geen tranen. Ik deed wat ze zeiden, dan was ik van ze af. Vanaf volgende week krijg je hier geld voor, zei mijn pooier. Dat was half waar: ik kreeg een paar euro om sigaretten te kopen, de rest was voor hem. Hij liep in Armanipakken en kocht een Hugo Boss-horloge. Ik at macaroni met ui.''

          Meer slaag

          Het vertrouwen in mensen ben je na korte tijd volledig kwijt, weet Yvonne - strakke spijkerbroek, hemdje met panterprint en het haar sluik langs haar gezicht. ,,Ik was een gebruiksvoorwerp, niemand zag mij als mens. Ik verdiende veel, soms achthonderd gulden op een avond. In het begin waren de klanten nog lief. Ik hoefde alleen met ze te eten, of even te praten voor het vrijen. In het bordeel werden ze harder. Mijn bazin zei tegen de mannen dat alles kon. Tegen mij zei ze: ,,Ze hebben goed betaald, dus je doet wat ze zeggen.'' Het meeste deed ik: Plasseks, knijpen in geslachtsdelen, slaan met veters en hakken met scherpe voorwerpen.'' Anale seks heeft ze altijd geweigerd, ,,beesten doen dat met elkaar, ik ben geen dier''. Dat kwam haar duur te staan: langer werken, meer slaag. ,,Toen ik wegliep, heeft mijn pooier mijn dochter - ik had een kind bij hem - gebruikt voor porno. Dat was de druppel, toen heb ik aangifte gedaan.''

          Dat was het moeilijkst, vertelt Yvonne. ,,Ik was bang, en ik vond het lastig negatief over m'n pooier te praten. Wat hij ook gedaan had, ik durfde me niet slecht over hem uit te laten.'' Dat is haar zwakte, weet ze. Ze heeft net een relatie achter de rug met een Surinamer. ,,Het begon goed, maar het eindigde ook in ongelijkwaardigheid. Nu het over is, stuurt hij me nog een sms'je met 'ik mis jullie'. Dat vlijt me, ik ga aarzelen over mijn beslissing en mijn gevoel wil hem nog een kans geven. Maar ik moet het niet doen, ik weet beter.''

          Circus

          De meeste vrouwen worden door de politie ontdekt na een inval, weet Pinky Ntoane. Van de 405 mensen die vorig jaar geregistreerd werden, deden de meesten ook aangifte. ,,Die toename in aangifte is opmerkelijk, want durven bekennen wat er allemaal met je gebeurd is, is emotioneel belastend en soms riskant. Vrouwen in de prostitutie worden continu bedreigd. Bijna dagelijks horen ze de opmerking: Als je ooit je mond opendoet, zoeken we ook je familie op.''

          Ntoane weet dat het ook zo werkt. ,,Het gaat vaak om goed georganiseerde, criminele bendes. De ene maand handelen ze in vrouwen, de volgende maand in drugs of porno. Als het geld oplevert, is alles handel.''

          Soms hoort ze vrouwen zeggen: Had ik maar nooit aangifte gedaan, de dreiging is alleen maar groter geworden. De meesten denken met het doen van aangifte ook recht te hebben op een verblijfsvergunning. Maar zo werkt het niet. ,,Als justitie de bewijslast niet rond krijgt, sluit de zaak en moet je in de meeste gevallen terug naar je geboorteland. Zo loopt het vaak ook als de pooier is opgepakt en je niet duidelijk kunt maken dat je nog steeds gevaar loopt. Daar begint in veel gevallen het hele circus opnieuw'', weet Ntoane.


          Die praktijk is voor diverse hulpverleners frustrerend. Waar doe ik het voor?, denken ze wel eens. Met veel moeite weten vrouwen uit het circuit te komen, procedures vragen een lange adem. ,,Dan heb je zo goed mogelijk geholpen, krijgen ze uiteindelijk alsnog nul op het rekest. Als ik 's ochtends naar kantoor fiets, denk ik wel eens: Vanavond fiets ik hier ook, en via een heleboel wegen die ik vandaag ga bewandelen, is er dan uiteindelijk voor niemand iets veranderd'', vertelt een advocaat.

          De hulpverlening, tijdelijk, is best goed, vindt hij, ,,maar wetgeving is onverbiddelijk hard - daar heb ik het wel eens moeilijk mee''.

          Hij weet hoe het gaat met dossiers waaraan voor advocaten weinig te verdienen valt, die krijgen minder aandacht als zou moeten. ,,Terwijl de pooier een smak geld neerlegt voor een dure advocaat, en uiteindelijk ook nog met de winst wegloopt.''

          Nieuwe vrienden

          Bonded Labour in Nederland (Blinn), een project van Humanitas en Novib en organisator van het festival, ondersteunt vrouwen die slachtoffer zijn geweest van mensenhandel. Vanessa Scholtens weet dat ze het verleden het liefst achter zich laten. ,,Ontmoeten is goed, vrouwen vinden het prettig in elkaar hun verhaal te herkennen. Maar ze kijken het liefst vooruit. Daarom bedachten we voor dit festival workshops die helpen bij het oppakken van je leven met een verleden als gedwongen prostituee. 'Nieuwe vrienden maken' is zo'n workshop, 'Mijn rechten in Nederland' en 'Solliciteren'.'' Volgend jaar wil Scholtens het festival voor de derde keer organiseren; het programma blijft grotendeels hetzelfde.

          Anita helpt dan ook weer mee. Ze vindt het leuk en haar aandeel als vrijwilliger is belangrijk. Ze weet waaraan vrouwen die onder dwang in de prostitutie hebben gewerkt behoefte hebben. Anita heeft inmiddels een status tot verblijf in Nederland. Ze wil als vrijwilliger bij Blinn blijven werken en straks een opleiding volgen. Vorig jaar zag ze na tien jaar haar familie terug. ,,Dat was vreemd, het contact was veranderd. Mijn opa is overleden en twee broers van mijn moeder ook. Ik heb veel gemist.''

          Over haar verblijf in Nederland is niet gepraat. ,,Ik durfde het niet'', zegt ze. ,,Dat benoemen zou mijn moeder te veel van streek maken. Ze heeft kanker en zal sterven. Ik wil dat ze rustig dood gaat.'' Bovendien weet haar familie wel waarom ze verdween uit hun leven. ,,De kranten in Litouwen schrijven erover. Maar vrouwenhandel wordt niet als crimineel gezien, er ligt geen sanctie op. Politie staat er gelijk aan corruptie'', smaalt ze. Het liefst denkt ze ook niet meer aan wat gebeurd is. ,,Het heeft een naam, het staat in mijn dossier en nu kan het boek dicht.''


          De namen van Yvonne en Anita zijn gefingeerd.

          Commentaar


          • #6
            Slavenhandel aanpakken als terrorisme

            Door Nicole Weidema

            Al ruim twintig jaar werkt dominee Tom Marfo met slachtoffers van mensenhandel. Meisjes, soms niet ouder dan dertien jaar, die gedwongen worden als **** te werken. Marfo begint zijn geduld met de overheden te verliezen. "Als ze deze slavenhandel zouden aanpakken met dezelfde energie waarmee ze op al-Quaida jagen, dan zou het binnen enkele weken afgelopen zijn."

            Elke avond vult de flatwoning van Marfo in de Bijlmer zich met mensen die nergens terecht kunnen. Iedereen, ongeacht afkomst of religie, is welkom en dat betekent dat Marfo allang niet meer genoeg heeft aan zijn ene flat. Van woningstichting Patrimonium heeft hij de beschikking gekregen over nog vier woningen.

            Marfo kent als dominee van de House of Fellowship Kerk de kwade kanten van het menselijk bestaan maar al te goed.
            "Veel mensen komen uit landen waar oorlog woedt, wiens familie is gedecimeerd. Ik ken een jonge man uit Sierra Leone wiens dorp werd aangevallen. Hij wist te ontkomen door zich onder een stapel lijken te verbergen en te doen alsof hij ook dood was. Als zo iemand als asielzoeker wordt afgewezen dan wordt hij depressief of raakt aan de drugs. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid om deze mensen te helpen. En dan zijn daar natuurlijk nog de jonge meisjes die door criminele organisaties bij hun familie vandaan worden gelokt. Met beloftes van werk in horeca, fabriek of huishouden, krijgen de bendes de ouders zo ver dat ze hun dochters laten gaan. "De criminelen doen alsof ze heel belangrijk zijn. In hun verhalen maken ze zichzelf hoger dan de eerste minister van dit land."

            De bendes weten volgens Marfo precies welke familie ze moeten aanpakken. "Je hebt het hier over ouders die analfabeet zijn. Ze hebben nog nooit gereisd, hebben geen idee wat 'buitenland' is. De meisjes weten ook niet wat ze overkomt. Zij komen uit een cultuur waar seks taboe is. Dan komen ze in Europa en worden regelrecht naar de bordelen en de rosse buurten gestuurd."

            Eenmaal in Europa moeten de meisjes hun schulden aan de bende afbetalen. Niet zelden moeten zij zestig tot tachtigduizend dollar verdienen voor de bende voor zij hun vrijheid terugkrijgen. Wie weigert wordt in elkaar geslagen en met de dood bedreigd. Marfo toont foto's van een jong meisje wiens gezicht tot pulp geslagen is door haar pooiers in Italië. Ze raakte in een coma en kreeg toen ze weer bijkwam te horen dat ze direct aan het werk moest als ze niet vermoord wilde worden.
            Het meisje wist te vluchten en kwam naar Nederland. Hier stortte ze in en zat maanden in een psychiatrische inrichting. Inmiddels heeft ze te horen gekregen dat haar asielaanvraag is afgewezen. Bij haar familie kan ze niet terecht. Haar zus is in handen gevallen van dezelfde mensenhandelaren. In Afrika worden haar ouders door de bende bedreigd.

            Marfo maakt zich zorgen om haar. "Ik heb gezien hoe ze eraan toe was vlak voor ze de eerste keer haar inzinking kreeg. Het gaat nu weer heel slecht met haar. Als er niet snel iets verandert, dan stort ze weer in."
            Marfo hoeft niet op pad te gaan om de slachtoffers te vinden. "Wij zijn inmiddels heel bekend. Via via vertellen ze elkaar over ons. Er komen meisjes vanuit heel Nederland naar ons toe."

            Zodra een meisje bij de House of Fellowship Kerk komt, begint een traject om haar weer op de been te krijgen. Vaak worden de meisjes uit Afrika door hun belagers onderworpen aan allerlei voodoorituelen. Marfo: "Het eerste wat we doen is proberen die rituelen ongedaan te maken. We moeten die meisjes laten weten dat er een God is die machtiger is dan de voodoo-goden. Daarna proberen we het zwijgen te doorbreken. De slachtoffers mochten nooit praten. Het is geweldig om te zien hoe die meisjes uiteindelijk loskomen en om de schoonheid in ze te zien."

            Zijn de meisjes weer in staat om deel te nemen aan het dagelijks leven, dan zoekt Marfo werk voor ze. "Zwart werk, ja. Daar schaam ik mij ook niet voor. Het is beter voor hen om te werken en een eigen inkomen te verdienen." Voor zijn werk met deze jonge vrouwen heeft Marfo dit jaar de Marga Klompéprijs gewonnen.

            Marfo vindt het onbegrijpelijk dat de meisjes worden aangepakt, terwijl de mensenhandelaren door kunnen blijven gaan met hun slavenhandel.

            "Deze regering en de EU en andere westerse regeringen moeten zich realiseren dat de schade die deze criminelen aanrichten groter is dan die van al-Quaida. Ze moeten net zo veel energie steken in het aanpakken van de mensenhandel als van de terroristen. Dan zou het binnen enkele weken afgelopen zijn."

            Hij heeft geen vertrouwen in het vermogen én de bereidheid van de Afrikaanse regeringen om de handel aan te pakken.
            "Dat zijn een paar mensen die rijk worden ten koste van de rest van het land. Maar wij vragen van een land als Nederland dat de meisjes hier worden beschermd, ongeacht hun status. Nu is het zo dat ze worden gemarteld door de daders en dan opgepakt en uitgezet door de autoriteiten."

            http://www.womentrafficking.nl/
            Laatst gewijzigd door Low Profile; 28-10-08, 17:28. Reden: opmaak posting

            Commentaar


            • #7
              Effe een Bijbels verhaaltje over vrouwenhandel ...

              Genesis 19

              1 De twee engelen kwamen ’s avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag stond hij op, ging hun tegemoet en boog zich diep voor hen neer. 2 ‘Heren,’ zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.’ ‘Nee, dank u,’ antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’ 3 Omdat hij echter sterk bleef aandringen, gingen ze met hem mee naar zijn huis. Daar maakte hij een maaltijd voor hen klaar; hij bakte brood en ze aten bij hem.
              4 Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. 5 ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ 6 Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. 7 ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zei hij. 8 ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die mannen met rust, ik heb hun niet voor niets een veilig onderkomen geboden.’

              Tja ... Lot ... een pooier van zijn eigen dochters ... toch een onschuldige man volgens God ... ??? ??? ???

              Commentaar


              • #8
                Het verhaal van

                Mijn vader stierf toen ik enkele maanden oud was. Kort daarna kreeg mijn moeder een nieuwe vriend. Deze man heb ik altijd als mijn eigen vader beschouwd. Hij was degene die me heeft opgevoed tot mijn 15e verjaardag. Toen ik vier jaar oud was werd mijn zusje geboren. De relatie met mijn moeder is nooit geworden wat ik me ervan had voorgesteld. Maar met mijn vader (stiefvader) had ik een hele goede band. Het was voor mij daarom een persoonlijk drama toen hij bij een verkeersongeval om het leven kwam. Ik was toen 15 jaar.

                Vanaf dat moment ging alles mis. Mijn moeder vond een nieuwe vriend waarmee ik niet goed op kon schieten. Hij heeft me, samen met mijn moeder, meerdere malen mishandeld. Zowel lichamelijk als geestelijk.

                Ik besloot weg te lopen. Tijdens een rechtszaak besloot een rechter me tot mijn achttiende jaar onder voogdij te plaatsen van mijn oma (de moeder van mijn stiefvader). Ik heb daar twee jaar gewoond, maar ook dat was geen prettige tijd voor mij.

                Toen ik 18 werd hield het voogdijschap van mijn oma op. Ik stond weer op straat (letterlijk en figuurlijk).

                Ik kreeg een vriend, woonde met hem samen, maar het ging niet goed en ik stond weer op straat. Bij mijn familie hoefde ik niet aan te kloppen, het contact met hen was volledig verbroken. Toen kwam ik in contact met verkeerde mensen. Ik kwam naar Nederland en werd slachtoffer van vrouwenhandel.

                Ik had geen idee dat het om prostitutie ging. Dat kwam niet voor bij de mensen waarbij ik was opgegroeid. Natuurlijk ging ik als meisje wel eens naar de disco, maar dat was dan ook alles.

                Ik werd naar een club gebracht. Ik moet met een man naar boven. Ik dacht dat ik gek werd. Ik huilde en schreeuwde dat ik niet wilde. Maar hij (een Tsjech, notabene de man van mijn vriendin) vertelde me in alle rust dat hij 3.00 gulden onkosten voor mij gemaakt had. Dat geld moest ik eerst voor hem terug verdienen.

                Het was zo vernederend met tien meisjes topless in een rij te moeten staan. Ik hoopte dat ze mij niet zouden kiezen, maar ik werd er direct door een oude man uitgepikt. Ik hield niet op met huilen maar het moest gebeuren, Hij had immers betaald. De Tsjechische man verloor me geen moment uit het oog. Ik zag dat andere meisjes hun heil zochten in cocaïne. Mijn houding was geen visitekaartje voor de club. Ik werd na vier of vijf dagen naar een club in België gebracht, maar daar was het hetzelfde.

                Ik ontmoette een jongen in deze club, hij had met een vriend aan de bar gezeten. Hij zei dat hij het jammer vond dat zo’n intelligente vrouw als ik de hoer moest spelen. Hij wist wat beters. Poetsen in een normaal café. Hij gaf me zijn telefoonnummer.

                Ik wilde weg. Toen mijn lichaam de portemonnaie van de Tsjechische man genoeg gevuld had ging hij terug naar Tsjechië. Ik had nog wat geld over en ben terug naar Tsjechië gegaan. Ik voelde me smerig, vernederd, ik haatte me zelf. Ik was als een dier behandeld en wilde me ook zo gedragen. Ik ging naar restaurants, disco’s en ik kocht kleding. Klatergoud, waardoor de pijn korte tijd verdoofd werd. De werkelijkheid haalde me al snel weer uit deze roes. Mijn geld was op, ik kon niet altijd bij bekenden blijven wonen. Mijn gedachten gingen naar Nederland. Afgezien van mijn persoonlijke ellende in de clubs had ik gemerkt dat je in Nederland op een fatsoenlijke manier redelijk goed kon verdienen. Ik moest toch iets. Uiteindelijk belde ik het nummer van de jongen uit de club in België. De beloftes waren mooi, maar ik twijfelde. Ik ging toch naar Nederland. Naderhand realiseer ik me hoe naïef ik was.

                In Nederland werd ik naar het huis van de jongen en zijn vriend gebracht. Hij eiste dat ik weer in België in de prostitutie zou gaan werken. Ik weigerde. Hij sloot me op in zijn huis. Ik kreeg niets te eten en werd geslagen. Dit duurde vier weken. Ik verloor vele kilo’s aan gewicht en begon weg te kwijnen. Zijn vriend, die hem regelmatig bezocht, scheen dit te merken. Hij kwam met een vluchtplan. Hij zorgde ervoor dat ik bij zijn ex-vriendin en haar kind kon wonen. Ik paste op het kind en begon hem als mijn redder te zien.

                Hij werd verliefd op mij en ik op hem. Na drie maanden vroeg hij of ik bij hem wilde intrekken. Al snel begon hij over zijn financiële problemen te praten. Ik zou werk moeten zoeken. De manier waarop hij dit zei maakte me duidelijk dat hij maar één manier wist waarop een vrouw zou kunnen werken: zich prostitueren.

                De man , van wie ik geloofd had dat hij mijn vriend en redder was ontpopte zich als een gewelddadige pooier. Met slaan en dreigen dwong hij me tot prostitutie. Een zonnebril verborg heel vaak een blauw oog. Klanten in het kamertje waar ik werkte schrokken als ze mijn bloeduitstortingen zagen. Ik moest elke dag werken, van twee uur ‘s middags tot twee uur ‘s nachts. Hij pikte al mijn verdiende geld in: ongeveer ƒ 2000,- per week. Als dank werd ik twee keer door hem verkracht. Een wezenloze angst maakte zich van me meester. Ik mocht niet alleen de straat op gaan, als ik inkopen moest doen begeleide vrijwel altijd iemand me. Mijn enige contact met de buitenwereld was de televisie.

                Ik probeerde het met lieve woorden, ik deed of ik ziek was. Maar wat ik ook deed ik wist dat ik niet tegen hem op kon. Hij bracht me naar zijn club, ik moest voor hem werken. Hij werd agressief, sloeg me, dreigde met een mes. Eén keer heeft hij een pistool tegen mijn hoofd gehouden.

                Als ik niet genoeg verdiend had werd ik geslagen en bedreigd. Ik was erg bang voor hem. Ik deed wat hij zei.

                Ik heb geprobeerd te vluchten. Ik ben naar Tsjechië gegaan maar hij heeft me gevonden. Onder bedreigingen werd ik weer terug gebracht naar Nederland, naar een andere club. Elke dag 12 tot 16 uur werken. Ik werd geslagen en nog beter bewaakt. Hij dwong me mee te gaan naar Tsjechië. Daar haalde hij vrouwen voor ƒ3000,- à ƒ4000,- per stuk. Ik stond erbij toen hij ƒ4000,- voor twee meisjes betaalde. Zij wisten dat ze in een seksclub belandden, dat had ik ze moeten vertellen.

                Het aller ergste was dat ik in mijn eigen land was, maar er was geen uitweg voor mij. Vluchten was niet mogelijk omdat hij te goed op me paste. Naar de politie durfde ik niet te gaan, die zijn vaak corrupt en geloven eerder een buitenlander dan een hoer uit eigen land. Ik kon dus alleen maar mee terug naar Nederland.

                Ik dacht dat ik geen toekomst meer had. Dit ellendige leven was voor mij zo ondraaglijk geworden dat ik hoopte snel dood te gaan. Ik wilde zelfmoord plegen. Op een avond hield ik het niet meer uit. Huilend heb ik 06-11 gedraaid. Binnen enkele minuten was de politie gearriveerd. Ik heb aangifte gedaan. De politie beloofde me dat ik een verblijfsvergunning en een andere identiteit zou krijgen.

                Ik ben met de Nederlandse politie naar Tsjechië gegaan voor verder onderzoek. Ik heb volledige medewerking verleend. De dader werd veroordeeld tot een 4-jarige gevangenisstraf. Echter enkele van deze mensen lopen nog altijd vrij rond in Tsjechië.

                Ik woon nu in Nederland, ik studeer, haal mijn rijbewijs en ben redelijk gelukkig.

                Commentaar


                • #9
                  PTSS: Mariëlle
                  Over hoe zij vecht tegen haar verleden



                  Mijn problemen begonnen toen ik vier jaar was. Ik ben seksueel misbruikt door verschillende mannen. Ze zijn gelukkig opgepakt en hebben een gevangenisstraf met tbs gekregen.

                  Toen ik naar groep 1 van de basisschool ging was ik anders dan de andere kinderen, ik had een groeistoornis waardoor ik jong al bepaalde hormonen had, ik was groter en flinker dan de rest. Mijn hele schooltijd ben ik gepest geweest omdat ik te dik was. Hierdoor heb ik Boulimia gekregen dat heb ik inmiddels al een jaar of negen.

                  Toen ik naar de middelbare school ging was ik zo bang dat ze me weer gingen pesten. Dat gebeurde want een paar kinderen van de zelfde basisschool gingen naar de zelfde school als ik ging.ik ging naar het vwo toe. Mijn schoolresultaten namen dag na dag af,het interesseerde me niks meer. Ik ging in mijn armen snijden (in psychiatertaal: automutilatie als ik het goed schrijf). Na de brugklas kwam ik op een andere school. Inmiddels had ik al veel vriendjes gehad, allemaal boven de 18. Daar voelde in me goed bij, ik voelde me gewaardeerd later is dat ook mijn valkuil geworden. In de tweede klas deed ik me anders voor dan dat ik was… ik weet eigenlijk niet wie ik ben. Ik behoorde al snel bij het populaire groepje. Dat hield ik natuurlijk niet vol en na een tijd ben ik toch maar ‘normaal’ gaan doen.

                  Rond december 2002 ontmoette ik een man van 26 hij was geweldig. Hij vond me het mooiste en liefste wat er bestond en gaf me veel cadeautjes… ik voelde me zoooo blij. Rond februari 2003 eindigde dit mooie sprookje. Ik werd gedwongen tot prostitutie. Ik wou niet maar had gewoon geen keus. Hij zou mijn familie iets aandoen. Mijn vader was in januari dat jaar overleden dus ik kon echt niet meer. Ik ben maanden misbruikt en verkracht door alle typen mannen die je kunt bedenken, van huisvaders tot directeurs van bedrijven.

                  Ik liep toen al een tijd bij het ggz maar ik zei alleen dat ik pas kon praten over wat er met me aan de hand was als ze me opnamen.

                  In mei dit jaar overleed me tante en me vriend. Toen was ik echt helemaal kapot. Het enige waar ik troost in vond was eten. Me moeder kon ik het gewoon niet vertellen. Ik was zo bang voor die vent. 2 september 2003 werd ik opgenomen in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. De psychiaters van het ggz dachten dat ik angsten en eetproblemen had door mijn andere ervaringen. Ik slik inmiddels anti-psychotica

                  Een week na mijn opname, kreeg ik een smsje van een vriendin die zei dat ze in het dorp bij de instelling was. Ik spijbelde van school en liep na mijn therapie naar het dorp toe. Toen ik in het dorp aankwam stond daar de pooier (ik vind loverboy veel te zacht uitgedrukt). Ik wou weg rennen maar hij schopte me tegen mijn been en trok me in zijn auto. Hij heeft me toen verkracht. Ik moest terug naar de groep anders zouden ze me gaan missen. Dat deed ik. Ik was totaal overstuur maar liet nog niks merken. Toen ik de groep inkwam rende ik meteen naar me kamer maar mijn routebegeleidster was sneller en vroeg heel boos waar ik was geweest. Ik zei dat ik er niet over wou praten en rende naar me kamer.

                  Na schooltijd kwam er een vriendin van me op mijn kamer. Ik begon te huilen en heb alles aan haar verteld. Ze is toen met mij naar de groepsleiding gegaan. Toen hebben we het samen verteld. Ik schaamde me kapot, wou het liefste alles vergeten. Ik heb toen die vriendin weg was verteld wat ik had moeten doormaken al die maanden. Ze hadden toen de politie gebeld en ik mocht naar mijn kamer.

                  Toen de politie kwam heb ik m'n verhaal weer verteld. De zedenrechercheur was trouwens dezelfde persoon als wie er bij was toen ik 4 jaar was. Het ergste van alles was, toen mijn moeder kwam. Ik wou haar niet verdrietig maken! Het liefst wou ik dat ze niks hoefde te weten maar dat kon niet. Toen de groepsleidster aan me vroeg of zij of mijn moeder mee moest naar het inwendig onderzoek heb ik gekozen voor de leidster. Aan haar heb ik heel veel gehad. Eveneens als aan mijn routebegeleidster. Echt schatten van meiden.

                  Toen ik het onderzoek kreeg was het net ofdat ik opnieuw werd verkracht.

                  Na die dag heb ik nog veel gesprekken met de politie gehad waarin ik alles moest vertellen tot in de details. Elke keer weer ging er groepsleiding mee.

                  Na die afschuwelijke dag mocht ik niet meer alleen over straat ik moest alles samen met groepsleiding doen. De meiden op de groep werden afschuwelijk jaloers dat ik zoveel aandacht kreeg. Hier had ik toch ook niet om gevraagd?

                  2 dagen na oud en nieuw werd het me allemaal te veel. In die hele periode tot oud en nieuw sliep ik bijna niet, overdag was ik kei moe. Ik gebruikte me armen om alle woede tegen iedereen die me pijn had gedaan af te reageren ik sloeg elke dag glas kapot.

                  Ik liep met mijn moeder door het dorp en we gingen terug naar de groep. Mijn moeder stond even plantjes te kijken. Toen ben ik de apotheek ingelopen en heb 3 doosjes paracetamol gekocht. Ik bleef leuk en aardig tegen me moeder doen.

                  Die avond heb ik het ingenomen. Na een half uur werd ik bang, heel erg bang en heb het de groepsleiding verteld. Ik ben toen met spoed naar het ziekenhuis gereden.

                  Daar is mijn maag gespoeld. Ik moest na die avond nog 3 nachten blijven. De dood was zo dicht bij, maar nu ben ik blij dat ik hem overwonnen heb.

                  Toen ik ontslagen uit het ziekenhuis was moest ik weer terug naar de psychiatrie. Ik ging naar de crisisafdeling. 3 weken zat ik met 1 meisje samen in een mini groep. Toen mocht ik naar de gewone groep. Het was daar veel gezelliger dan op m'n vorige groep, ik mocht die meiden daar echt. Het enige wat niet leuk was op die groep was dat me kat werd aangereden, ik was er echt kapot van.

                  Toen in me eindelijk goed voelde, kreeg ik opeens te horen dat ik telefoon kreeg van de raad van de kinderbescherming. Daardoor mocht ik niet naar school toe. Ach ja, het maakte mij niet zo uit een vrije dag. Opeens kwam de leidster me halen en vertelde dat ik waarschijnlijk overgeplaatst werd. En dat gebeurde! Ik kwam in een jeugdgevangenis.

                  Bij binnenkomst moest ik me totaal uitkleden, net alsof ik een crimineel was. We mochten maar 2 minuten douchen. Gelukkig heb ik daar maar een week gezeten. In die week heb ik 4 keer in de isoleercel gezeten. Na een week moest ik naar de rechter toe. Ik heb 4 uur in een stinkende cel gezeten, totdat ze me kwamen halen. Ik mocht meteen mee naar huis.. GELUKKIG.

                  Nu ben ik inmiddels al bijna 6 maanden thuis. De crisisdienst is 2 keer geweest. Een keer omdat ik heeeel depressief was en een keer omdat ik 4 dippiperon had ingenomen. Maar dat is allemaal niks als je de tijd ervoor bekijkt.

                  Ik heb al verschillende keren contact opgenomen met mijn behandelcöordinator van de psychiatrie, want ik wil een nieuwe kans. Ze hebben vandaag vergadering over mij dus waarschijnlijk kan ik weer terug. Inmiddels kras ik niet meer in mijn armen en ik ben ondanks alle omstandigheden geslaagd voor mijn vmbo-t dipoma. (ik ben 15 jaar) Ik heb twee jaar in één gedaan. Nu heb ik een ots(onder toezicht stelling) alhoewel daar heb ik geen snars aan.

                  Ik denk als mensen sterk willen zijn dat ze overal doorheen kunnen komen.

                  Ik heb deze brief geschreven als waarschuwing voor kinderen en jongeren, en ik hoop dat ze hieruit leren dat als je problemen hebt dat je er niet te lang mee moet wachten om het te vertellen. Want daardoor kun je nog veel grotere problemen krijgen.

                  © Mariëlle 2004

                  Commentaar


                  • #10
                    Mimie, slachtoffer van een loverboy
                    Sanne heeft een aantal jaren gewerkt op een crisisgroep voor meiden in de leeftijd van 13 tot 18 jaar. Op deze groep kwamen regelmatig loverboy-slachtoffers. Mimie, een meisje van 14 jaar kwam in deze groep en was slachtoffer van een loverboy. Mimie is 14 jaar als ze wegloopt van huis. In een coffeeshop komt ze een mooie aardige jongen tegen. Hij wil Mimie wel helpen.

                    Mimie vertelt: `Ik mocht bij hem slapen en hij kocht alles wat ik nodig had: kleding, eten, hebbedingetjes, een mobiele telefoon. Bovendien deden we veel leuke dingen: uit eten, naar de bioscoop en nog veel meer. Dat vond ik natuurlijk prachtig! Wie wil dat nou niet? Hij was erg lief voor me en ik werd vreselijk verliefd op hem. Hij zei dat hij van me hield en met me wilde trouwen. Ik voelde me voor het eerst in mijn leven echt gelukkig. Na twee maanden reden we in zijn splinternieuwe cabrio naar zijn vrienden. Daar aangekomen zag ik een paar meisjes in lingerie die mannen tegen betaling ontvingen. Ik schrok erg en raakte met een meisje in gesprek. Zij vertelde dat ze dit moesten doen, anders werden ze gestraft. Dit hield in dat ze in elkaar geslagen of vastgebonden werden zonder eten. Ook werden ze bedreigd met een pistool en opgesloten voor de buitenwereld. Ik wilde daar weg en mijn vriend stemde toe. Eenmaal terug in de auto vroeg ik mijn vriend of hij een pooier was. Hij werd erg boos en begon te schreeuwen. Hij trok me aan mijn haren en gooide me uit de auto. Ik wist niet waar ik naar toe moest gaan en bleef op de plek rondhangen waar hij me uit de auto had gegooid. Een paar uur later verscheen hij weer. Ik was erg blij en bood mijn excuses aan. Hij zei dat ik met hem mee mocht naar huis onder één voorwaarde: het werd tijd dat ik het geld wat hij voor mij gebruikt had, terug zou verdienen. Ik stemde toe, omdat ik hem niet wilde verliezen, ik wilde bij hem zijn en een gelukkig leven leiden. Dit bleek niet het geval te zijn. Ik werd net zo behandeld als de andere meisjes. Na twee maanden had hij een nieuw vriendinnetje. Ik voelde me misbruikt en teleurgesteld en op dat moment besloot ik dat ik weg wilde. Maar dit lukte niet. Ik werd op dezelfde manier onder controle gehouden als de anderen, met bedreiging en opsluiting. Ik had geen contacten buiten en wist niet waar ik naar toe kon gaan.`

                    Mimie is gestopt met prostitueren toen ze een agent op de tippelzone in de armen sprong en hem vroeg haar te helpen. Vanaf dat moment is Mimie op verschillende onderduikadressen geweest. Ze wilde niet terug naar huis en schaamde zich. Mimie is nog steeds bang voor represailles.

                    Commentaar


                    • #11
                      DE AANPAK en hulpverlening van jeugdprostitutie is hopeloos versplinterd. Jaarlijks worden naar schatting alleen al 2000 meisjes slachtoffer van zogenaamde loverboys – en dat schijnt het topje van de ijsberg te zijn. Loverboys zijn mannen die jonge meisjes verleiden en hen vervolgens dwingen tot prostitutie. De inmiddels 25-jarige Sanne kan erover meepraten. Zeven jaar geleden viel ze in handen van vrouwenronselaars. Ze is een van de weinige seksslavinnen die in staat was te breken met haar pooiers. Haar moeder Mineke heeft een lotgenotengroep opgericht voor ouders van andere slachtoffertjes.

                      Moeder van slachtoffer loverboys zet lotgenotengroep voor ouders op

                      „MIJN DOCHTER WAS EEN SEKSSLAVIN” door DAPHNE VAN DIJK

                      AMSTERDAM – Als ouder hield Mineke met alles rekening: „Enge buurmannen, vage kerels, kinderlokkers, potloodventers. Maar niet met jongens die onder andere op school meisjes ronselen om ze in de prostitutie te dwingen.” Haar dochter Sanne viel ten prooi aan manipulatieve pooiers, die haar volledig in hun macht kregen.
                      Het is 1998 en de net 18-jarige Sanne doet een mbo-opleiding voor sociaal-pedagogisch werk. In die tijd gaat Sanne veel stappen en op een dag vraagt klasgenootje Maria* of ze zin heeft om met haar mee te gaan. „We gingen een paar keer uit en dat was heel gezellig. Haar vriend Marcel* ging dan ook mee, een jongen die behoorlijk in de slappe was zat en in een ontzettend vette auto reedt. En er ging vaak een vriend van Marcel mee, Ronald*. Ronald zei allemaal mooie woorden. Dat ik zo leuk was, dat ik de ideale vrouw was. Het was achteraf overduidelijk de bedoeling dat ik verliefd op hem moest worden.”

                      Loverboys zijn geraffineerde vrouwenronselaars, die welbewust met jonge meisjes een relatie aangaan met als doel geld aan hen te verdienen. Ze weten hun ´prooien´ feilloos te vinden op vooral scholen of in het uitgaansleven. Het zijn vaak meisjes met een problematische achtergrond. Ze worden aanvankelijk overladen met aandacht, liefde en cadeautjes en worden een romantische toekomst voorgespiegeld. Het meestal onzekere en kwetsbare meisje vindt deze aandacht geweldig, wordt emotioneel en financieel steeds afhankelijker gemaakt van haar ´grote liefde´. Vaak verlaagt de loverboy de drempel naar prostitutie door zijn vriendin aan te zetten tot seks met zijn vrienden. Soms gaat daar jaren overheen. De vaak minderjarige meisjes worden op een goed moment de prostitutie in gemanipuleerd, wat gepaard gaat met grof geweld, intimidatie en bedreigingen. En zo raken de meisjes geïsoleerd van familie en vrienden.

                      Volgens directeur Tjitske Stegenga van vrouwenopvang Fryslan is dit zeer lucratief voor de mannen. „Er wordt door de loverboys, die voornamelijk van Antilliaanse, Surinaamse en Marokkaanse afkomst zijn, heel veel geld verdiend en veel meiden durven stijf van angst geen aangifte te doen. Ik ken verhalen van mannen die als bedreiging een pistool in de vagina van de meiden stopten. En als zij wel aangifte wil doen, ligt de bewijslast moeilijk, omdat er vaak geen sprake is van een heterdaadsituatie. Het is heel wrang te weten dat de loverboy vrijuit gaat en natuurlijk ongelooflijke, vreselijke represailles zal nemen. Dat weerhoudt veel slachtoffers ervan naar de politie te stappen.”

                      In tegenstelling tot veel slachtoffers van loverboys is Sanne nooit verliefd geworden op ronselaar Ronald. „Hij irriteerde me. Als ik met Maria stond te dansen, zei hij: ´Waarom dans je niet met mij? Ik betaal toch je drankjes!´”Als het viertal op een avond weer van plan is te gaan stappen, geven Marcel en Ronald te kennen dat ze eerst nog wat in een flat in Utrecht moeten halen. Maar daar aangekomen, blijken de heren hele andere plannen te hebben. Na een halfuurtje vertrekken Marcel en Ronald. „Ik begreep er niets van. Tot ik probeerde de deur te openen en deze op slot zat, net als de schuiframen. Ik heb nog mijn beste vriendin gebeld op mijn gsm. Dat ik baalde en dat ik het belachelijk raar vond.”

                      Minderwaardig
                      Na een paar uur komen Ronald en Marcel terug. En van aardige gozers zijn ze spontaan veranderd in heel andere mannen. „Ze deden heel narcistisch en minderwaardig naar ons. Ze zetten muziek op en zeiden: ´Ga eens strippen?´ Maria ging naar een andere kamer. Ik zei dat ik naar huis wilde en dat mocht niet. Ik werd geslagen en getrapt en ze namen me mijn gsm af. Ik werd gedwongen seks te hebben. Maria werd veel minder heftig behandeld. Achteraf bleek zij al langer voor die jongens te werken en speelde ze het spelletje mee.”
                      Ondertussen zijn Sanne´s ouders behoorlijk ongerust geworden. „Het gebeurde wel een enkele keer dat ze ging stappen en ergens bleef slapen, maar we hoorden niets van haar en haar gsm stond uit”, vertelt moeder Mineke (56). „Ik wist dat ze met Maria weg was, dus heb ik in Sanne´s agenda haar nummer opgezocht. Toen ik dat draaide, kreeg ik Maria´s moeder aan de lijn. Die wist te vertellen dat zij de vorige avond met een donkerblauwe BMW langs waren geweest. Omdat zij het niet vertrouwde, had ze gelukkig het nummerbord opgeschreven.”

                      Na twee dagen en een hoop speurwerk is Mineke erachter wie de eigenaresse van de BMW is. Via haar krijgt ze een gsm-nummer, belt en krijgt zowaar Ronald aan de telefoon. Ze wil Sanne spreken. Dat kan. Sanne meldt dat het goed gaat en dat Mineke zich geen zorgen hoeft te maken. Sanne: „Ik was in korte tijd al enorm gemanipuleerd, was lichamelijk en geestelijk misbruikt en doodsbang. Vluchten was voor mij allang geen optie meer. Mijn vader had altijd gezegd dat blaffende honden niet bijten, maar toen zij zeiden dat ze mijn zusje zouden neerknallen als ik weg zou gaan, geloofde ik dat.”
                      De politie wordt ingeschakeld en die belt ook de loverboy op zijn gsm. „Ik kreeg zelf ook de politie aan de lijn. Die vroegen of ik daar vrijwillig zat en ik antwoordde: ´Ja, ik wil niet weg.´ Toen de politie vertelde dat het zeer gevaarlijke en gewelddadige criminelen waren, werkte dat juist averechts. Ik wist toen helemaal zeker dat ik niet weg zou gaan. Dat ik zelf dood zou gaan, vond ik niet erg, wel als mijn familie iets zou overkomen. En ik had het idee dat het allemaal mijn eigen schuld was. Ik was vrijwillig met die jongens meegegaan!”
                      Tjitske Stegenga: „Omdat prostitutie in Nederland legaal is, kan de politie niets doen. Als het een minderjarig meisje betreft, zal een loverboy zijn slachtoffer dan ook laten prostitueren in het zogenaamde grijze circuit van hotelkamers of gehuurde huizen, zodat ze onzichtbaar zijn voor de politie.”

                      Commentaar


                      • #12
                        Dat was niet het geval bij Sanne, maar het maakte haar ouders niet minder radeloos. „Ik had wel begrip voor de politie, zij hebben zich ook te houden aan bepaalde procedures”, zegt Mineke, „maar ik was als de dood dat die mannen haar mee zouden nemen naar het buitenland! Eén behulpzame agent had ons wel verteld dat er grote kans zou zijn dat ze achter het raam stond op het Zandpad in Utrecht.” Sanne vult aan: „Dat klopte ook, want al na twee dagen werd ik gedwongen mezelf te verkopen en seks te hebben. Vanaf elke hoek van de straat werd ik in de gaten gehouden. Ze wisten precies hoe lang er klanten waren en of er geen andere loverboy langs wipte die mij weg zou kunnen kapen. Ik heb een paar keer op het Zandpad gestaan.”

                        Gespot
                        In die paar weken dat het drama zich afspeelt, gaan Mineke en haar man op de gekste tijden naar het Zandpad. Kijken of ze Sanne zien. Of een donkerblauwe BMW. Maar Sanne werd niet gespot. Dan wordt er op initiatief van die ene agent nog een keer gebeld met de ouders van Sannc erbij.

                        Mineke: „Toen ik de telefoon kreeg, zei ik alleen maar: ´San, het komt goed! Het komt goed!´ Sanne zelf was wat minder aardig. Die antwoordde dat wij op moesten zouten en dat ze met rust gelaten wilde worden.” Als de agent de telefoon krijgt, vraagt hij naar de loverboys en overtuigt hen ervan dat Sanne zich de volgende dag om 15.00 uur moet melden op het politiebureau. Als ze hem dan persoonlijk vertelt dat ze vrijwillig in de flat bij de jongens verblijft, zal de politie hen verder met rust laten.

                        Sanne komt naar het politiebureau, maar waar ze niet op heeft gerekend, is dat haar ouders ook aanwezig zijn. Sanne: „De agent zei dat als ik nu weg zou gaan, ik mijn ouders nooit meer zou zien. Mijn vader zat op zijn knieën voor me te huilen.” Na vier uur praten als Brugman, hakt Mineke de knoop door en zegt: „We nemen je mee!” Sanne: „Dat vond ik het stomste wat ze konden doen. Ik was zo geïndoctrineerd. Ik was er heilig van overtuigd dat ze mijn ouders wat aan zouden doen en mijn zusje als prostituee zouden laten werken. Ik voelde me door de politie en mijn ouders enorm onbegrepen.” Zelfs op het onderduikadres waar het gezin een paar dagen verblijft, belt Sanne nog haar loverboys met de mededeling „Ik kom terug hoor!”
                        Veel slachtoffers van loverboys lopen weer terug naar hun ´vriendje´. Tjitske Stegenga: „Ze weten vaak wel dat hij slecht en fout is, maar ze houden heel veel van die jongen. Ze denken hem te kunnen veranderen of ze maken zichzelf wijs dat als ze teruggaan, ze niet meer in de prostitutie zullen gaan werken.”

                        Een halfjaar lang heeft Sanne af en toe momenten van zwakte. „Dan dacht ik: ´ik ben slecht, verrot, en ik ben alleen maar goed voor een leven in de onderwereld.´ Toch ben ik nooit naar die mannen teruggegaan. Ik denk dat mijn redding is geweest dat ik niet verliefd ben geworden op Ronald, zoals meestal bij slachtoffers van loverboys wel gebeurt. Daardoor had ik geen tegenstrijdige gevoelens als ´hij was zo lief eerst en waarom deed hij dat dan´.” Maar de angst zit nog zo diepgeworteld, dat Sanne het vooralsnog niet aandurft aangifte te doen.

                        Specifieke hulp aan slachtoffers is gefragmenteerd en slecht of lokaal geregeld. Daar komt hopelijk verandering in.
                        Tjitske Stegenga wil de aanpak van de jeugdprostitutie bundelen. Begin dit jaar is bij een aantal ministeries een subsidieverzoek ingediend voor een landelijk expertisecentrum waar het probleem van de jeugdprostitutie gezamenlijk wordt aangepakt door politie, Openbaar ministerie, gemeenten en twintig hulpinstellingen. Er is namelijk grote behoefte vroegtijdige signalering, preventie, opvang en begeleiding.

                        Nachtmerries
                        Sanne probeert langzaam haar leven weer op de rails te krijgen. Ze gaat in therapie, maar het klikt niet met de psychiater. Ze probeert wat er gebeurd is weg te stoppen. Dat lijkt een aantal jaren goed te gaan, tot ze keihard met zichzelf wordt geconfronteerd. Sanne is depressief, vaak kwaad om niets, krijgt nachtmerries en angstaanvallen. Ze durft ´s avonds niet te slapen en overdag de straat niet op. Ze sluit zich aan bij de lotgenotengroep van hulpinstelling Pretty Woman en gaat opnieuw in therapie. Deze keer werkt het wel.
                        Maar ook haar ouders kampen met de nodige problemen. „Ik merkte dat ik in mijn directe omgeving niet goed kon praten over wat er gebeurd was”, vertelt Mineke. „Men zit toch nog met een hoop vooroordelen. Dat het met ons gezin wel mis zou zijn, dat Sanne niet deugde. Ik heb altijd gewerkt. Stiekem vond men dat het daaraan zou liggen. Ik kon mijn ei niet kwijt, maar ook mijn vragen niet. Voor ouders blijkt er niet de nodige specifieke hulp te zijn, waardoor je problemen eerder onderkent en je je kind beter kunt steunen.”
                        Om ervaringen uit te wisselen en elkaar te steunen, richtte Mineke onlangs met hulp van Pretty Woman en het FIOM – een stichting die hulp en informatie geeft over seksueel geweld – de lotgenotengroep voor ouders van slachtoffers op (info: ossu@heen.nl).
                        Inmiddels gaat het goed met Sanne, hoewel ze aangeeft nog steeds te kampen met minderwaardigheidsgevoelens en het moeilijk vindt intiem met mensen te zijn. „Mijn vertrouwen in de mensen heeft een flinke knauw gekregen. Het heeft me zeven jaar van mijn leven gekost om mij te realiseren wat er allemaal gebeurd is. En nog steeds kan ik me erover verbazen dat ik het helaas toch echt allemaal meegemaakt heb.” * Om privacyredenen zijn deze namen gefingeerd.

                        bron: De Telegraaf.

                        Commentaar


                        • #13
                          17-12-2003
                          Algemeen Dagblad
                          http://www.ad.nl/artikelen/Strak/1071557652664.html

                          Verleid door een loverboy

                          'Ik was 15 en wist niet dat hij me misbruikte'
                          Door Caroline Sander

                          Verleid door loverboys komen ze in Nederland: jonge buitenlandse vrouwen. De beloofde bergen goud krijgen ze niet, maar vluchten is moeilijk. Velen raken verstrikt in de bureaucratie. Humanitas Prostitutie Maatschappelijk Werk luidt de noodklok. Het verhaal van Svetlana (25).

                          ,,Ik ben nu bijna tien jaar in Nederland. Ik kwam hier terecht door mijn ex-man, een loverboy. Jaren heb ik voor hem gewerkt in de prostitutie, hier in Nederland, maar ook in het voormalige oostblok. Daar kom ik oorspronkelijk vandaan. Ik ontmoette hem toen ik 15 was. Mijn leven speelde zich af op straat. In het begin wilde ik niets van deze man weten. Toch ga je samen dingen doen en leer je elkaar beter kennen. Hij haalde mij van de straat en daar was ik hem dankbaar voor. Ik zag hem als een redder, een hulp. 'Ik hou van je', zei hij tegen me. Ik moest voor hem werken in hotels en cafés. Inderdaad, als prostituee. Ik gaf hem al mijn verdiende geld. In die tijd kwam het niet in me op om hem te verlaten. Ik was 15 jaar en wist niet dat hij mij misbruikte.

                          Na een tijdje raakte ik zwanger en vetrokken we naar Nederland. Ik was toen 16 jaar. Hoewel ik mijzelf te jong vond voor een kind, wilde hij de baby houden. Ik legde me erbij neer. In Nederland kwamen we in een asielzoekerscentrum terecht. Daar gingen mijn ogen open. Door mijn zwangerschap kon ik niet voor hem werken. Al die tijd wist ik dat het niet goed zat, maar ik was verliefd geworden. Ik wilde alles doen om geld voor hem te verdienen en was emotioneel afhankelijk.

                          Na de geboorte van ons kind werden we overgeplaatst naar een ander centrum. Daar moest ik weer voor hem aan het werk, op straat. Hij dreigde mijn kind af te pakken als ik dat niet deed. Ik hield dit even vol, maar toen knapte er iets in mij. Ik kon het niet meer aan. Al die klanten maakten mij psychisch kapot. Mijn man liep in dure Armani-pakken met mooie vrouwen rond, terwijl ik met mijn kind thuis macaroni met uien moest eten. Ik had alleen tweedehands kleren.

                          Toen ik weigerde om nog langer voor hem te werken, nam hij ons kind mee. Ook mijn paspoort nam hij af. Aangifte doen, durfde ik eerst niet. Ik zat hier illegaal. De politie zou mij terugsturen naar mijn geboorteland, dacht ik. De politie kwam mij toch op het spoor en heeft mij herenigd met mijn kind. Mijn ex-man werd uitgezet. Ik kreeg het advies om naar Humanitas te gaan.

                          Toen ik eenmaal tot rust was gekomen, heb ik een aantal keren geprobeerd aangifte te doen. Door gebrek aan bewijs, werden we niet serieus genomen.

                          Mijn man, nu ex-man, was inmiddels teruggekomen en zag ons kindje regelmatig. Haar deed hij immers niets, dacht ik.

                          Opeens zocht de politie mij. Het bleek dat andere vrouwen ook aangifte hadden gedaan tegen hem. Toen was er ineens wel tijd voor me. Dat deed pijn. Het voelde alsof ze me alleen gebruikten als getuige en er geen rekening mee hielden dat ik een slachtoffer was. Ook had de politie foto's gevonden van ons kind: naaktfoto's die mijn ex-man had gemaakt. Weer was ik interessant. Maar alleen om het proces.

                          Ik vraag me af waarom het in Nederland zo moeilijk is voor ons om aangifte doen en hulp te krijgen. Waar is ons recht als slachtoffer? Jonge buitenlandse vrouwen die uit de prostitutie willen, hebben hulp nodig. Mijn ex-man had mij ingeprent dat ik nooit mocht praten. Dat deed ik dus ook niet. Weinig vrouwen vertellen het verhaal uit zichzelf. Daar zorgen de loverboys wel voor.

                          Sommige instanties functioneren niet goed. Toen mijn man was opgepakt, hoorde ik van een vriend van hem dat hij in de gevangenis zat. Dat had de politie mij toch moeten vertellen! Verder loop ik elke dag tegen bureaucratie aan. Ik mag hier blijven zo lang de strafrechterlijke procedure loopt. Ik krijg een uitkering, maar mag niet werken. Zolang ze me kunnen gebruiken voor een zaak, mag ik blijven. Mijn kind is hier geboren, ik volg een opleiding tot schoonheidsspecialiste, ze kunnen ons toch niet wegsturen. Dagelijks kom ik in aanraking met instanties die niet weten wat ze met me aanmoeten. Dan heb ik wel een sofi-nummer, dan weer niet. De belastingdienst snapt er niets van. Er is weinig overleg tussen justitie, politie en hulpverleners.''

                          De naam Svetlana is gefingeerd

                          Commentaar


                          • #14
                            De Fabel van de illegaal 67, najaar 2004

                            Auteurs: Ellen de Waard en Inge van de Velde


                            --------------------------------------------------------------------------------


                            Slachtoffers organiseren zich tegen vrouwenhandel
                            In december 2003 werd Atalantas opgericht, de eerste zelforganisatie van slachtoffers van vrouwenhandel ter wereld. Gezamenlijk komen de vrouwen in actie tegen hun handelaren en tegen de overheid. Die ziet slachtoffers namelijk vooral als middel om migratie beter te kunnen beheersen.

                            De jonge vrouwen Maria en Tatjana zijn al vier jaar in Nederland, maar hoe hun toekomst er uit zal zien weten ze nog steeds niet. Ze waren betrokken bij de oprichting van Atalantas, uit onvrede over de beeldvorming en over hun behandeling door de overheid, en ook uit behoefte aan onderlinge steun. Atalantas komt op voor de rechten van meiden en vrouwen en hun eventuele kinderen die als handelswaar zijn gebruikt en gedwongen in de prostitutie hebben moeten werken. De organisatie is vernoemd naar Atalanta, een Griekse godin die door haar uitzonderlijke snelheid al haar opdringerige aanstaande echtgenoten wist te ontlopen.

                            Bij vrouwenhandel worden meiden en vrouwen naar Nederland gelokt door bemiddelaars. Die spiegelen hen een mooie toekomst in het rijke westen voor en bieden hen bijvoorbeeld horeca- of schoonmaakwerk aan. Soms doen ze zich voor als vriendjes, vergelijkbaar met de "loverboys" die ook meiden in Nederland de prostitutie in lokken. Ook die meiden worden overigens door Atalantas gesteund. Alle vrouwen die te maken hebben gehad met gedwongen prostitutie zijn welkom en dus ook illegale en Nederlandse vrouwen. Alle slachtoffers hebben gemeen dat zij niet over eigen lijf en leden mochten beschikken, dat hun verdiensten werden afgepakt en dat ze door intimidatie en geweld in hun vrijheid werden beperkt. Het is een moderne vorm van slavernij.

                            Ontsnappen

                            Ontkomen aan de handelaren is heel moeilijk, zeker zonder hulp van buitenaf. "Je hoopt dat iemand je komt redden of dat je kunt ontsnappen. Maar ze hebben je ook psychisch in bedwang. Je durft niet eens, omdat ze jou of je familie dreigen te vermoorden. Vooral in het begin ben je bang en hulpeloos. Je gelooft alles. Je weet niet hoeveel mensen er bij betrokken zijn", vertellen Tatjana en Maria. Zelfs hulp van buitenaf wordt gewantrouwd. Degene die aanbiedt je bijvoorbeeld "vrij te kopen" kan je volgende handelaar blijken te zijn. Volgens Atalantas komen vrouwen vooral vrij via politie-invallen wegens mensenhandel of andere criminaliteit.

                            De meeste vrouwen van Atalantas zitten in de zogeheten B9-regeling. Ze krijgen dan drie maanden de tijd om te bedenken of ze aangifte willen doen tegen hun handelaren zodat die kunnen worden vervolgd. Doen de vrouwen aangifte, dan mogen ze gedurende de strafzaak in Nederland blijven en krijgen ze onderdak, een uitkering, een verzekering, en psychische en juridische steun.

                            Bij "veegacties" in Amsterdam en Den Haag zijn veel Oost-Europese prostituees direct gedeporteerd en niet geïnformeerd over de B9-regeling. Sowieso kunnen veel vrouwen niet meedoen aan de regeling omdat ze te weinig informatie over de handelaren kunnen geven. Die vrouwen staan meteen met lege handen. Voor mannelijke slachtoffers zijn er meestal helemaal geen mogelijkheden.

                            Niet dat die regeling zo geweldig is. Atalantas: "We worden niet goed geïnformeerd over de werkelijke gang van zaken. De vrouwen denken dat ze geholpen worden. Er wordt hen niet goed duidelijk gemaakt dat ze uiteindelijk toch weg moeten, ook al zijn ze hier al 5 of 6 jaar. Na beëindiging van de rechtszaak ontvang je namelijk direct een brief dat je aanwezigheid niet meer nodig is en dat je het land moet verlaten. Ook lopen vrouwen door een rechtszaak meer gevaar, maar dat beseffen ze vaak pas later. Wij vertellen vrouwen dat soort dingen wel. Ze moeten alle consequenties goed overdenken en niet te snel beslissen dat ze mee zullen werken. Na afloop van de rechtszaak voelen vrouwen zich namelijk vaak opnieuw misleid en gebruikt, dit keer door de politie en de overheid."

                            In haar kritiek op de B9-regeling weet Atalantas zich gesterkt door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Die publiceert jaarlijks een overzicht van de stand van zaken rond mensenhandel in Nederland (zie kader). Die steun is heel belangrijk voor de lobby-activiteiten van Atalantas.

                            Commentaar


                            • #15
                              Slachtofferschap afschudden

                              Een kleine kern van vrouwen steekt heel veel tijd in Atalantas. Daar omheen zitten nog een paar vrouwen die ook actief zijn, en de rest vormt een netwerk. Atalantas benadert vrouwen op informele wijze en nodigt hen uit voor gezellige bijeenkomsten waar gesproken wordt over het werk van Atalantas. Beslissingen worden gezamenlijk genomen. Niemand is de baas. "We gaan vriendschappelijk met elkaar om, kunnen bij elkaar uithuilen, vinden herkenning en kunnen zelfs lachen. Ons enthousiasme is besmettelijk en maakt dat vrouwen zich durven aan te sluiten."

                              Veel verhandelde vrouwen kampen met forse problemen. "Ze drinken bijvoorbeeld veel om te vergeten. Anderen zijn depressief of hebben psychiatrische klachten. Er zijn vrouwen die op straat rondzwerven omdat ze uit de opvang zijn gezet. We mogen niet werken of studeren. Het geld dat we krijgen gaat op aan de huur en eten. Geld voor een bioscoopje zit er niet in. We hebben niets om handen. Daardoor ben je teruggeworpen op je pijn en ellende. Je bent een slachtoffer, maar je krijgt niet de hulp die je nodig hebt. Aan de andere kant wil je geen slachtoffer zijn. Dat tast je eigenwaarde aan. Daarom willen we ons zélf organiseren en dat niet aan anderen overlaten."

                              Atalantas werkt wel samen met andere organisaties. Bijvoorbeeld om geld aan te vragen, om gehoord te worden door de politiek en om onderdak en juridische kennis te krijgen. Ook deelname voor de slachtoffers aan taal- en computercursussen probeert men samen met anderen te regelen. Studieboeken worden vaak vergoed via fondsen.

                              Terugkeer

                              Atalantas vindt dat de overheid te weinig doet voor de slachtoffers en zich teveel richt op migratiebeheersing. Na gebruikt te zijn als getuige, worden de vrouwen afgedankt. Ze moeten dan terug, maar willen dat meestal niet. "De handelaren worden vaak maar kort gestraft. Als ze vrijkomen, gaan ze gewoon weer verder. Sowieso blijft er altijd een aantal uit zo'n crimineel netwerk op vrije voeten. Er verandert dus niets. Je blijft dus gevaar lopen, hier en in je eigen land. Ze dreigen jou, maar ook je achtergebleven familie en kinderen, kwaad te doen of zelfs te vermoorden als je tegen hen getuigt. Dat blijft soms niet bij dreigementen. Daarbij zijn sommige vrouwen na terugkeer extra kwetsbaar. Ze komen alleen te staan omdat hun familie of sociale omgeving hen niet meer accepteert vanwege hun verleden in de prostitutie."

                              In de landen waar de slachtoffers vandaan komen hebben vrouwen vaak weinig kansen. Velen van hen behoren in die landen bovendien tot gediscrimineerde minderheidsgroepen. Voor hun veiligheid kunnen ze meestal niet rekenen op de plaatselijke autoriteiten. Daardoor blijft de wens en noodzaak om elders een bestaan op te bouwen onverminderd. "Er wordt daarom door de Nederlandse politie soms gesproken over de mogelijkheid om in een ander land, onder een nieuwe identiteit, een nieuw leven te beginnen. Maar dat zien we niet zitten. Je bent dan totaal geïsoleerd en hebt niemand om op terug te vallen." De vrouwen zeggen daarom: "We willen de tijd in Nederland nuttig besteden met studie, werk of hulpverlening. Om later op terug te kunnen vallen. Of dat nu hier is of terug in het land van herkomst. Door de B9-regeling kunnen we niets opbouwen." Het is belangrijk voor de vrouwen om grip te hebben op hun leven en hun toekomst, en om niet opnieuw mee te hoeven maken dat anderen hun leven gaan bepalen. Atalantas pleit ervoor om vrouwen die dat willen, een definitieve verblijfsvergunning te geven.

                              Zelfbepaling staat voor Atalantas sowieso steeds voorop, ook bij samenwerking met organisaties als de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Die verzorgt terugreizen, geeft zakgeld mee en helpt bij de opvang en "reïntegratie" van vrouwen na terugkeer. Atalantas wil alleen mogelijkheden van de IOM gebruiken wanneer die aansluiten bij de wensen van de individuele vrouwen. Die mogen niet in één standaardhokje geduwd worden. Wanneer organisaties als de IOM terugkeer als voorwaarde zouden stellen voor het geven van subsidie of andere middelen, dan gaat Atalantas niet meer met hen in zee.

                              Straffen

                              Volgens Atalantas helpt alleen zeer zwaar straffen tegen mensenhandel. "De handelaren zijn door en door crimineel en zeer goed georganiseerd. Ze zien je niet als mens, maar als een stuk vlees dat je kunt kopen en verkopen." De vrouwen willen dan ook de beeldvorming over de slachtoffers doorbreken. Die zijn niet per se naïef, slecht opgeleid of arm. Atalantas benadrukt dat ieder meisje en iedere vrouw slachtoffer kan worden, doordat de handelaren vreselijk doortrapt te werk gaan. Al bij het eerste contact dat ze leggen, proberen ze zoveel mogelijk gevoelige informatie te vergaren, bijvoorbeeld over ouders en kinderen. Met die kennis kunnen ze de meiden en vrouwen later onder druk zetten. Bewustwordingscampagnes helpen volgens Atalantas niet voldoende. Tatjana: "Natuurlijk had ik in mijn land de waarschuwingen voor handelaren gehoord. Maar ik dacht dat mij zoiets nooit zou overkomen. Ik had een vriendje en samen maakten we mooie plannen voor een toekomst in het buitenland. Maar hij heeft mij gewoon verkocht! Niemand kan zich voorstellen ooit iemands bezit te worden. Het gaat vaak om erg jonge meisjes. Ze zijn vol levenslust en toekomstplannen. Die criminelen weten precies hoe ze tienermeisjes moeten manipuleren. In de campagnes zal dus veel meer aandacht moeten komen voor loverboys."

                              De vrouwen van Atalantas hebben veel plannen. Zo loopt er een maatjesproject waarbij vrijwilligers de vrouwen wegwijs maken en gezellige dingen met hen doen. Atalantas wil ook een gratis telefoonlijn beginnen die 24 uur per dag bereikbaar is. Dat kost geld. De werkzaamheden zijn inmiddels zo uitgebreid dat structurele subsidie nodig is, bijvoorbeeld voor telefoon-, reis- en kantoorkosten. Nadat het ministerie van Sociale Zaken zo'n subsidie in eerste instantie had afgewezen, voert Atalantas daarover nu opnieuw gesprekken. De Atalantas-vrouwen doen hun werk onder zeer zware omstandigheden. Maar door zich te verenigen hebben ze het slachtofferschap naar de achtergrond weten te duwen. "Het geeft emotioneel zoveel voldoening om samen te vechten voor je rechten. Je bent minder gericht op de pijn en op jezelf. Je laat zien dat er een groot sociaal probleem is. Het is gewoon bevrijdend om te vechten."

                              Vanwege de veiligheid van de vrouwen zijn schuilnamen gebruikt. Voor meer informatie zie: Atalantas-website, en: Gebladerte-brochure nr. 24 "Vrouwen zonder papieren". In: Fabel Archief. Voor dit artikel is mede gebruik gemaakt van het boek "Een weg terug? Slachtoffers van vrouwenhandel over terugkeer naar het land van herkomst", E. van Eimeren (BlinN), 2004

                              Commentaar


                              • #16
                                Tribune 28 juni 2002
                                Legalisering van prostitutie
                                leidt tot nóg meer uitwassen
                                Rode lampen,
                                zwarte toekomst

                                Tekst Rob Janssen Foto André Durand / AFP


                                Op 1 oktober 2000 werd het bordeelverbod in Nederland opgeheven. De betaalde liefde moest legaal en transparant worden en de positie van de prostituees verbeterd. Anderhalf jaar later is van die verbetering echter weinig te merken. De wereld van het rode licht, pantervel en hotpants is juist voor een belangrijk deel ondergronds gegaan. ‘Legalisering is een proces dat je moet begeleiden. En dat gebeurt niet.’

                                Irvana (23) is slank, blond en razend knap. Ze heeft wel wat weg van haar Russische landgenote Anna Kournikova, die als tennisdiva én fotomodel op de covers van glossy tijdschriften prijkt. Irvana spreekt een aanstekelijk dialect, dat op een kruis-
                                bestuiving lijkt van verschillende talen. 'Golland okay, Roesland scheisse.' Graag zou ze een cursus Nederlands volgen. Maar: 'Pfff, ze zien me al komen…'
                                Irvana werkt als nachtclubprostituee in het Nederlands-Duitse grensgebied bij Venlo. Voor 175 euro per uur - exclusief drankjes - verwent ze klanten in een luxe, sfeervolle kamer. Gezamenlijk gebruik van een king- size bubbelbad kost extra. Ze speelt in de eredivisie van de seksbranche. De heren die haar club frequenteren willen klasse en betalen daar grif voor. Urenlang als een standbeeld achter een verleidend verlicht raam zitten, of even lang in kou of regen wachten op cliënten is er voor haar niet bij. Toch kan Irvana's positie verre van rooskleurig worden genoemd. Sinds de opheffing van het bordeelverbod - ruim anderhalf jaar geleden - is het gedaan met haar relatief rustige en veilige bestaan.
                                Als eerste natie ter wereld koos Nederland ervoor om de prostitutie in de wet te verankeren. De branche moest een transparante en nette bedrijfstak worden, opdat uitwassen als vrouwenhandel en onhygiënische toestanden definitief tot het verleden behoorden. Een nobel streven, maar in de praktijk liep het meestal anders. Prostituees die zich hier jarenlang 'gedoogd' wisten, waren ineens illegaal. Tenminste, als ze zich niet aanpasten aan de situatie. Volgens de nieuwe wet is namelijk iedere hoer sinds oktober 2000 een zzp'er (zelfstandige zonder personeel) die gewoon belasting moet betalen. Weinig meiden accepteerden deze 'financiële aderlating' en velen zetten hun werkzaamheden voort in de illegaliteit. Een vrijwel identiek verhaal ging op voor bordelen. Die werden heuse ondernemingen, met vergunningsvoorschriften en de verplichting om voor werkneemsters sociale premies af te dragen. Het gevolg was enerzijds dat menig bordeelhouder het voor gezien hield en anderzijds, dat nogal wat prostituees ten prooi vielen aan kwaadwillende pooiers.

                                Meisjes die weigeren te voldoen aan ‘bijzondere wensen’ van klanten, staan soms verschrikkelijke sancties te wachten
                                Irvana kan er uit ervaring over meepraten. Ze werd uit haar troosteloze woonplaats in de buurt van Minsk weggelokt, met het vooruitzicht op een goede baan in de Duitse of Nederlandse horeca. Met een toeristenvisum voor drie maanden bracht 'een kennis' haar per auto naar Duitsland. 'Ik snap nog steeds niet hoe het kwam dat ik me toen zo suf en ziek voelde,' vertelt ze. 'Het enige dat ik me herinner is, dat we 's nachts de Pools-Duitse grens passeerden. Verder weet ik niets meer. Toen ik wakker werd lag er een hoopje witte poeder naast me op het nachtkastje. Cocaïne. Na een tijdje kwam er een Duitser naar me toe. 'Hup, neuken jij, Russenschlampe' zei hij.' Hoeveel mannen sindsdien haar bed deelden; ze kan er alleen maar naar gissen. 'Constant werd ik onder de coke gehouden.' Ternauwernood ontsnapte Irvana de hel. Een poosje zwierf ze anoniem rond. Toen ging het weer enigszins bergopwaarts. Ze leerde een man kennen, die zich over haar ontfermde. 'Een pooier, ja. Maar wel een goeie. Hij beschermde mij een beetje, verstehst? En hij had werk voor me.' De 'goeie man' zorgde voor een woning en al snel raakte ze bevriend met andere Russinnen in de Nederlandse nachtclub. Ze winkelden samen, gingen op stap en praatten veel. Maar die tijden zijn voorbij. Vlak na de legalisering voerde politie een reeks invallen (razzia's noemt Irvana ze) uit in de talrijke Limburgse nachtclubs. Met busjes tegelijk werden de prostituees afgevoerd; flink wat pooiers - onder wie Irvana's 'beschermengel'- gaven de pijp aan Maarten. Haar vriendinnenclubje viel uiteen. Sommigen beproefden hun geluk in dure discotheken en hotels. Anderen kozen voor de parkeerplaatsprostitutie, of louche escortbedrijfjes. Irvana kwam terecht in het even ongure clubcircuit, waar seksbazen haar laten rouleren tussen nachtclubs in Nederland en Duitsland. Over die clubscene doen de meest ijzingwekkende verhalen de ronde. Meisjes die weigeren te voldoen aan de 'bijzondere' verlangens van klanten, staan sancties te wachten die zelfs kunnen in hun gewelddadige dood kunnen ontaarden.

                                Sinds de legalisering verdwijnt het merendeel van de prostituees in het illegale circuit en loopt het risico vogelvrij te worden
                                Volgens het Haagse SP-raadslid Ingrid Gyömörei, die meer dan eens haar oor te luisteren legde bij het rode lampen-district in de Residentie, is de kans levensgroot dat prostituees door de legalisering in verkeerde handen vallen. 'Slechts een heel klein percentage van de vrouwen heeft een eigen netwerk. Het merendeel verdwijnt in het illegale circuit en loopt het risico vogelvrij te worden. Van alle kanten worden ze opgejaagd. Vooral Oost-Europese vrouwen.' Gyömörei maakt zich ook ernstig zorgen over de gezondheid van de zo kwetsbare groep. Tijdens een bezoek aan het Haagse gezondheidscentrum kreeg het SP-raadslid te horen, dat het dagelijkse prostitutie-inloopspreekuur van artsen drastisch minder geïnteresseerden trekt. 'Vroeger werd de deur daar platgelopen. Nu is de controle op bijvoorbeeld geslachtsziekten grotendeels weggevallen.'
                                'Op zichzelf zijn de afschaffing van het bordeelverbod en de invoering van het vergunningensysteem gunstig,' stelt SP-Kamerlid Jan de Wit. 'Het biedt de kans om via het stellen van voorwaarden over bijvoorbeeld hygiëne en werkomstandigheden de prostituees beter te beschermen. Tegelijkertijd zien we dat daardoor nu de exploitanten in de problemen komen en steen en been klagen dat het te duur wordt en dat ze geen dames meer kunnen krijgen.
                                In plaats van werken in clubs kiezen zij voor de escortservice of voor illegale activiteiten.
                                Daar heeft de overheid nauwelijks greep op en dat kan risico's inhouden voor deze vrouwen.' 'Eén van de effecten van de afschaffing is, dat prostitutie nu gewoon als arbeid wordt gezien. Eigenlijk is dat heel vreemd. Kijk alleen maar naar wat er in mijn woonplaats Heerlen gebeurt. Onder de heroïnehoertjes in Heerlen geldt een soort rangorde. De betere vrouwen werken in de gedoogzone; de rest loopt - wanhopig zoekend naar rondscheurende klanten - door de stad. Bovendien zijn ze gedwongen ook nog eens veel lagere tarieven te vragen dan hun collega's in de gedoogzone. En dat gebeurt dan in feite allemaal onder het mom van arbeid. Bizar! In Heerlen zijn al een stuk of zes heroïnehoertjes vermoord en regelmatig vinden er verkrachtingen plaats.'

                                De overheid ziet de maatregel kennelijk als een eindpunt. Terwijl het niet meer is dan een begin, een eerste stap
                                Op papier leek legalisering een goede ontwikkeling. Waar is het dan toch fout gegaan? 'De gemeenten verlenen een vergunning - of niet - en dat was het,' vat Marieke van Doorninck de praktijk samen. Van Doorninck is woordvoerder van de Mr. A. de Graaf Stichting, het instituut voor prostitutievraagstukken. Volgens haar schort het vooral aan visie bij de overheden. 'De legalisering is een proces dat je moet begeleiden. Niet alleen de sector en de vrouwen zelf, maar ook het GAK, de Sociale Dienst en de fiscus bijvoorbeeld. Mensen die daar werken, moeten de prostitutie niet langer zien als iets waar ze geheimzinnig over moeten doen. Ook dat zal bijdragen aan de acceptatie. De seksbranche heeft altijd geleefd en gefloreerd in de illegaliteit. Als overheid moet je laten zien, dat de andere kant beter is. Dat investeren in bijvoorbeeld de brandveiligheid van clubs en legaal werkende vrouwen op de lange duur gewoon geld scheelt. Bij dat begeleidingstraject hoort ook informatievoorziening naar het grote publiek. Uiteindelijk moet de prostitutie gezien worden als een onderdeel van onze maatschappij. Want daar heb je met die legalisering toch voor gekozen!'
                                Hoe ziet Van Doorninck de toekomst van de prostitutie? 'Er zijn nog niet veel dingen gebeurd die mij hoopvol stemmen. Het hele wereldje is veel vluchtiger geworden. Met name de positie van vrouwen die niet uit EU-landen komen is danig verslechterd. Zij zijn veel kwetsbaarder. Wat ik ook tekenend vind is dat juist nu de subsidiëring van onze Stichting - en de Rode Draad (de belangenorganisatie van en voor (ex-)prostituees) erg moeizaam verloopt. Natuurlijk was ik blij met de opheffing van het bordeelverbod, maar sommige overheidsinstanties - met name de lagere overheden zien de maatregel kennelijk als een eindpunt. Terwijl het niet meer is dan een begin, een eerste stap. Ja, ook daar ligt een taak voor de politiek. Maar laten we eerlijk zijn, prostitutie is geen onderwerp waar makkelijk mee te scoren valt.'

                                Eerst gedoogd, nu alleen en onzeker. Eerst in de schemer, nu in een pikdonkere nacht. Irvana raakte van de regen in de drup. Je merkt het niet aan haar, maar het kan haast niet anders of ze leeft voortdurend in angst voor een razzia en voor de Schweine die gore dingen willen en voor pooiers die haar iets aandoen als zij dat weigert. Uit het milieu stappen en legaal gaan werken? Een werkvergunning zit er niet in voor Irvana, want die krijg je alleen als je uit een EU-land afkomstig bent. Bovendien: 'Dan moet ik naar allerlei instanties toe en die weten toch niks.'

                                Commentaar


                                • #17
                                  Oorspronkelijk geplaatst door Pro
                                  Deze Irvana heeft blijkbaar een keuze gemaakt. Ze wilde geen belasting afdragen. Dan zijn de risico's en consequenties voor haar.
                                  Een misverstand. Ik probeer alleen artikelen op deze site naar voren te brengen waarin slachtoffers voorkomen van vrouwenhandel. Dat er daaromheen nog allemaal geblá voorkomt van mensen die die artikelen schrijven die allemaal bepaalde dingen enzó vinden, daar gaat het mij niet om. Ik vind alleen dat je als wandelaar moet beseffen dat zo'n dame die je bezoekt er zo één kan zijn als Irvana. Wat ik doe is eigenlijk een soort awareness-iets.

                                  Wat gek eigenlijk dat Irvana haar pooier een "beschjermengel" noemde. Zo zie je maar weer dat de wereld ingewikkelder is dan ie lijkt. Ik weet zeker dat meer dan 80 procent van wat zij verdiende in zijn zakken verdween. Uitbuiting noem ik dat. Maar ja, zij kon niet anders. Het is het enige leven dat ze kende. En waarschijnlijk nog een beter leven dan ze had toen ze nog in haar eigen land woonde. Wat jammer dat je in dat wereldje een pooier nodig hebt om je te kunnen beschermen tegen ándere pooiers.

                                  Mijn voorraad aan artikelen begint trouwens aardig op te raken. Ik haalde die trouwens gewoon van internet. Misschien moet ik de leesmap doorneuzen om aan nieuwe artikelen te komen. Ik zal om de zoveel tijd met lange tussenpozen een nieuw artikel op deze draad zetten. Dan blijft deze draad tenminste op de 'voorpagina' staan.

                                  Commentaar


                                  • #18
                                    Ik lees dat je verhalen bijna op zijn, mooi zo.
                                    Het zijn trouwens toch allemaal verhalen uit de oude doos, als je wat wilt schrijven, doe dan iets nieuws.

                                    En als jij zegt dat een dame 80% aan haar pooier moest afstaan, dan is onze regering dus ook een hele grote pooier.
                                    Als ik zie wat er van mijn bruto salaris afgaat. al 52% inkomstenbelasting, over mijn netto salaris dan nog de BTW, en niet te vergeten het roken,drinken auto rijden waar je allemaal belasting over moet betalen.
                                    Als ik dus alles zou optellen betalen wij ook zeker wel 80% alleen noemen we het anders.
                                    Nu ben ik helemaal geen voorstander van een pooier of lover boy.
                                    Maar er zijn genoeg dames die met plezier dit werk doen, en zeker niet worden gedwongen.
                                    En deze dames graag ik graag bezoeken,

                                    Boma.

                                    Commentaar


                                    • #19
                                      'Het is ongelofelijk hoe ze met mij hebben gesold'
                                      Opheffing bordeelverbod nadelig voor slachtoffers vrouwenhandel

                                      verschenen in Opzij januari 2000
                                      copyright Femke van Zeijl


                                      Een half miljoen vrouwen werd in 1998 verhandeld naar West-Europa en kwam in de prostitutie terecht. In bovenkamertjes van privéhuizen, in bordelen, achter de ramen en op straat leiden deze vrouwen een beroerd bestaan. Ook in Nederland floreert de vrouwenhandel. Deskundigen vrezen dat het halfslachtige politieke beleid steeds meer vrouwen in de klauwen van handelaren drijft.

                                      De Tsjechische Katka was achttien toen een sollicitatiegesprek haar leven op gruwelijke wijze veranderde. De kapsalon waar zij werkte was failliet gegaan. Katka was op zoek naar een andere baan en hoorde dat de eigenaar van een café in een stadje dertig kilometer verderop op zoek was naar barpersoneel. 'Ik was benieuwd, maar wilde er niet zomaar alleen naartoe gaan. Dus heb ik een vriendin gevraagd of zij meeging. Daar heb ik nog steeds spijt van.'
                                      Samen gingen de twee vriendinnen naar die bar. Het was 11 februari 1996, de datum staat in haar geheugen gegrift. Katka herinnert zich nog dat zij drie glazen witte wijn dronk tijdens het sollicitatiegesprek met de eigenaar. Toen werd het zwart voor haar ogen.
                                      In een kleine kamer zonder ramen met alleen een matras op de vloer werd ze wakker. Ze was helemaal naakt. Zes weken lang heeft de Tsjechische in dat hok opgesloten gezeten, werd ze bedreigd en mishandeld. Toen brachten haar ontvoerders haar naar een seksclub in Rotterdam.
                                      Pas op dat moment besefte Katka dat zij naar Nederland was ontvoerd. Op dat moment ook realiseerde zij zich pas echt wat er van haar verwacht werd: 'Ik kon toen alleen nog maar huilen.' Ook de vriendin die haar vergezelde verdween op die elfde februari. Katka heeft haar nooit meer gezien, en ook de ouders van dat meisje hebben nimmer meer iets van haar vernomen.
                                      Katka en haar vriendin zijn maar twee van de vele vrouwen die jaarlijks slachtoffer worden van vrouwenhandel. In 1995 zijn naar schatting een half miljoen vrouwen verhandeld naar landen van de Europese Unie. Een groot deel van deze vrouwen komt, net als Katka, uit Oost-Europa. Ieder jaar belanden meer dan duizend buitenlandse vrouwen in Nederland in de vrouwenhandel, zo schat de Stichting tegen Vrouwenhandel (STV). Deze Utrechtse stichting houdt zich sinds 1987 bezig met de opvang van slachtoffers. In 1997 begeleidde zij 186 vrouwen die in de gedwongen prostitutie terecht waren gekomen. De meeste slachtoffers waren tussen de achttien en dertig jaar oud.

                                      Marjan Wijers van de STV kent de verhalen maar al te goed. Ze lopen uiteen van letterlijke onvoeringen, zoals Katka's verhaal, tot ronselaars die vrouwen in eigen land benaderen met de belofte van een leuk baantje in de horeca in Nederland. 'Als ze dan hier in Nederland aankomen, krijgen ze plotseling te horen dat zij de handelaar een gigantisch bedrag schuldig zijn. En worden ze achter het raam gezet of in een bordeel om deze schuld terug te betalen. Pas als die is afgegelost, zijn ze weer 'vrij'. Het is een oude truc, maar zeer effectief', weet Wijers.
                                      Als een vrouw hier eenmaal in de prostitutie zit, krijgt de handelaar een steeds grotere greep op haar. 'De vrouwen zijn bang en makkelijk te chanteren. Het dreigement de mensen thuis in te lichten over het werk dat de vrouwen hier doen, wordt veel gebruikt. En wat ook altijd werkt is het bedreigen van de familie in het thuisland. De vrouwen zijn daar geworven, dus de bazen weten precies waar zij moeten zijn.'
                                      Meer gewelddadige praktijken om de vrouwen te dwingen komen ook voor, zegt Wijers: 'Met name bij de Oost-Europese vrouwen komen we zaken tegen waarbij vrouwen letterlijk met een pistool tegen het hoofd gedwongen zijn, mishandeld, van trappen gegooid. Maar de meeste vrouwenhandelaren gaan een stuk subtieler te werk. Als zo iemand het een beetje intelligent aanpakt, is grof geweld nauwelijk nodig.'
                                      Naar de politie stappen is voor de slachtoffers zelden een optie. Vaak afkomstig uit de economisch zwakkere landen waar corruptie ook bij de politie hoogtij viert, hebben zij geen enkele reden de Nederlandse agenten te vertrouwen. Bovendien denken zij vaak zelf in de gevangenis te zullen belanden.
                                      Katka had dit ook van haar ontvoerders te horen gekregen: 'Ze zeiden dat de politie mij niet zou geloven, dat ze mij zouden pakken als ik vertelde wat er gebeurd was.' De Tsjechische wist niet dat prostitutie in Nederland niet verboden is, en de uitbaters van de club lieten haar in die waan. 'In TsjechiN is prostitutie wel strafbaar, en ik dacht dat dat hier ook zo was. Alle meiden in de club dachten dat. We waren er allemaal van overtuigd dat wij daarom gearresteerd konden worden.' Ook het feit dat de vrouwen de Nederlandse taal niet spreken maakt het makkelijk ze van alles wijs te maken.

                                      Zoals in veel andere gevallen van vrouwenhandel, was ook Katka's paspoort afgenomen. 'Toen ik bewusteloos was moeten ze mijn pas en de foto's van mijn familie uit mijn tas hebben gehaald. Zo bedreigden ze mij. "Ik maak je af, en je familie ook", riepen ze vaak.' De inmiddels eenentwintigjarige Tsjechische rilt nog bij de herinnering.
                                      De jonge vrouw draagt onzichtbaar de littekens van haar verleden. Haar neusbeentje werd zo vaak gebroken, dat haar neus helemaal platgedrukt kan worden. Een mes liet een flinke jaap achter achter haar oor. In het bot rechts van haar kin is een duidelijke ribbel te voelen: 'Ze hebben mij niet eens naar de dokter gebracht toen ze mijn kaak hadden gebroken.'
                                      Maar de mishandelingen waren voor Katka nog niet het ergste. 'Op een gegeven moment vind je het niet eens erg meer dat ze je slaan. Dat ze je geestelijk kapotmaken, dat is veel erger. Ik probeerde altijd een lichtpuntje te blijven zien, maar soms was dat moeilijk. De hele tijd dat ik in de club zat, heb ik min of meer geloofd dat ik het zelf allemaal schuld was. Die mannen hebben mij wijsgemaakt dat ik er zelf voor gekozen had. Het is ongelofelijk hoe ze met mijn geest hebben gesold.'
                                      In Katka's geval is eenvoudig vast te stellen dat het gaat om vrouwenhandel. Maar de zaak ligt niet altijd zo zwart-wit, aldus Marjan Wijers van de STV: 'Dit soort voorbeelden, afschuwelijk als zij zijn, appeleren aan ons beeld van de onschuldige mishandelde vrouw en de zware crimineel. Maar dat is een clichJ. Als je in het veld werkt merk je al gauw dat dingen veel ingewikkelder liggen.'
                                      De Stichting tegen Vrouwenhandel schat dat de helft van de vrouwen die slachtoffer wordt van handelaren, heel goed weet dat het gaat om een baan in de prostitutie. 'Maar dat wil niet zeggen dat zij het verdienen om, eenmaal hier aangekomen, geen salaris te krijgen en 's nachts te worden opgesloten. Zij hebben er niet om gevraagd mishandeld te worden en onder dwang dag in dag uit veel te lang te werken. In zo'n situatie waarin deze vrouwen geen zeggenschap meer hebben over hun eigen leven, wanneer er letterlijk sprake is van lijfeigenschap, zijn zij net zo goed slachtoffer van vrouwenhandel.'

                                      Commentaar


                                      • #20
                                        De handelaren zoeken hun slachtoffers in landen die er economisch belabberd aantoe zijn. Daarnaast richt de vrouwenhandel zich meer en meer op een andere zwakke groep: de vluchtelingen. Steeds weer duiken verhalen op in de media over ronselaars bij asielzoekerscentra en kinderen die verdwijnen uit opvangcentra, die de politie later terugvindt in een bordeel in Brussel of in de porno-industrie in Maastricht.
                                        Het is niet te zeggen hoe veel vluchtelingen in de handel terechtkomen. Ieder jaar verdwijnt twintig procent van de asielzoekers die in Nederland in de asielprocedure zitten 'met onbekende bestemming', zoals het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) dat noemt. Waar deze mensen heengaan, dat weet het COA niet. Sommigen gaan naar familie in een ander land, anderen proberen hun geluk elders. En sommigen worden slachtoffer van de seksindustrie. In 1997 verdween een kleine zevenduizend asielzoekers met onbekende bestemming. Eenderde daarvan was vrouw. In 463 gevallen ging het om kinderen onder de achttien jaar die alleen naar Nederland zijn gekomen.
                                        Gabbi Wierenga van Stichting Vast heeft bijna wekelijks met dergelijke verdwijningen te maken. De stichting in Den Bosch biedt opvang aan vluchtelingenvrouwen en kinderen in crisissituaties. Voorbeelden van vermiste vrouwen heeft Wierenga te over. Zo verdween de veertienjarige Daba uit Nigeria in oktober spoorloos uit een opvangcentrum, op de dag dat zij naar het pleeggezin van Wierenga gebracht zou worden. 'Zij was via vrouwenhandel hier naartoe verscheept, dat wisten we. Daarom was het zaak zo snel mogelijk een veilige opvangplek voor haar te vinden. Ze zou mijn nieuwe pleegdochter worden. Maar we waren nog te laat. De handelaren hadden haar al opgepikt. God weet wat er nu met haar gebeurt.'

                                        Een andere groep vluchtelingen waarop de handel aast, zijn de asielzoekers die afgewezen zijn en uitgezet worden. Vrijwel dagelijks zet de Immigratie- en Naturalisatiedienst deze mensen op straat. Ze worden afgezet op treinstations vlakbij de grens, met de opdracht binnen 24 uur het land te verlaten. Wierenga: 'Dat is natuurlijk onmogelijk. Ze hebben geen cent en geen papieren en kunnen nergens heen. Ze worden administratief verwijderd, zijn wat de overheid betreft officieel het land uit. Nederland trekt de handen van ze af.'
                                        Die bewuste treinstations in bijvoorbeeld Breda, Etten-Leur en Roosendaal, zijn berucht om de aanwezigheid van ronselaars die feilloos de uitgezette vrouwen eruit weten te pikken. Wierenga hoort van vrouwen die op zo'n station werden gedumpt hoe dat in zijn werk gaat. 'Die meiden staan daar verloren te wezen. En dan komt er een vriendelijke man naar ze toe die ze wel aan onderdak en een baan in het casino kan helpen. En soms gaat het minder zachtzinnig, dan worden ze gewoon meegenomen, of ze willen of niet.' Als Wierenga een vluchtelinge moet ophalen op zo'n station, is zij altijd bang dat er niemand meer staat: 'Stel ik heb een uur nodig om daar te komen, dan ben ik de hele tijd doodsbang dat zij verdwenen is als ik aankom. Dat komt ook regelmatig voor.'
                                        De groep vluchtelingen die zonder geld en onderdak op straat belandt, wordt door het strengere vreemdelingenbeleid alleen maar groter, zo constateert de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland. Voorlichtster Hanneke van der Klooster van Vluchtelingenwerk: 'Een steeds grotere groep uitgeprocedeerde asielzoekers komt zonder opvang en voorzieningen te zitten. Vrouwen in zo'n situatie zijn natuurlijk helemaal kwetsbaar. Het lot van deze mensen is een grote zorg voor Vluchtelingenwerk.'

                                        Gabbi Wierenga vindt het onbegrijpelijk dat vrouwen zo aan hun lot worden overgelaten, en maakt zich verschrikkelijk boos over iedere keer dat de opvang het in haar ogen laat afweten. Zo ook als zij vertelt over haar nieuwe pleegdochter, de zestienjarige Li. Zij werd op dertienjarige leeftijd in China verkocht aan een vrouwenhandelaar. Zelf kan ze nog maar nauwelijks praten over wat haar sindsdien is overkomen. Het is vooral haar pleegmoeder die het woord voert.
                                        Tot haar dertiende leidde Li met haar moeder een sober leven in een klein bergdorpje. Een vader had ze niet. Li hielp haar moeder op het land en ging wekelijks mee naar de markt waar de twee vrouwen de knollen die zij hadden verbouwd verkochten. 'Het was een zwaar leven, naar het was geen slecht leven', zegt Li nu, 'mijn moeder hield van mij.'
                                        Toen Li dertien was, overleed haar moeder. Een bekende zei het meisje dat hij haar kon helpen, en nam haar mee naar de stad. Daar zat haar nieuwe 'eigenaar' al op haar te wachten. Li werd verkocht aan een handelaar die met haar naar TsjechiN vloog. Daar sloot hij haar op in een huis. Haar pleegmoeder Wierenga: 'Ze hielden haar vast in een klein kamertje, waar verschrikkelijke dingen met haar gebeurden. Ze heeft het over "de afschuwelijkste dingen die je als meisje kunnen overkomen". Meer wil ze daar niet over zeggen, dat kan ze ook niet."
                                        Na een maand in dit Tsjechische huis, belandde ze in handen van een Chinese man die haar meenam naar Nederland. Vanaf juni 1996 heeft deze man haar tewerkgesteld in Chinese restaurants overal in Nederland. De man misbruikte haar en leende haar uit aan andere mannen die haar seksueel misbruikten. Ze werd als een slaaf behandeld en van hot naar her gesleept. 'Op iedere nieuwe plek waar hij me naartoe bracht, hoopte ik dat het beter zou zijn, dat iemand mij zou helpen', zegt Li. Die hoop was tevergeefs.
                                        Pas in september 1998 kon Li ontkomen. Toen zij echter bij het aanmeldcentrum voor asielzoekers kwam om hulp te vragen, kreeg zij te horen dat ze eerst een afspraak moest maken. Over tweeNneenhalve week mocht zij terugkomen. Bij dit gedeelte van het verhaal wordt Wierenga nog witheet: 'Een zestienjarig meisje op straat zetten dat nergens naartoe kan. Dat is toch vragen om problemen.'
                                        Li heeft toen geslapen in het pasfotohokje op een treinstation. Een voorbijganger trok zich het lot van de zestienjarige Chinese aan, waardoor Li terechtkwam bij Gabbi Wierenga. Die vond de kleine zestienjarige zo klein en kwetsbaar, dat zij haar opnam in het gezin. Heel langzaam begint Li nu tot zichzelf te komen. Haar asielaanvraag loopt en de Nederlandse les twee keer in de week begint zijn vruchten af te werpen. Maar voor alles heeft de Chinese eindelijk weer een thuis: 'Vroeger durfde ik niet met mensen te lachen, ik kon dat niet. Met mijn nieuwe moeder kan ik nu weer lachen, dat heb ik geleerd.'
                                        Haar pleegmoeder ziet Li beetje bij beetje opbloeien en is daar blij om. Maar in haar achterhoofd blijft de vraag rondspelen wat er met het meisje zou zijn gebeurd als zij werkelijk tweeNneenhalve week had moeten wachten totdat zij ergens terechtkon. Volgens Wierenga was de kans groot dat zij weer in de gedwongen prostitutie was beland.